23 mei 2012

De Waag op de Nieuwmarkt en de nieuwe fundering

Vorige week was in het nieuws te lezen dat de Waag op de Nieuwmarkt een nieuwe fundering nodig heeft. Het is een flinke operatie, maar de kosten van vijf miljoen euro worden in crisistijd toch zonder aarzeling door de gemeente opgehoest om het herstel te bekostigen. “Één van de oudste en meest waardevolle monumenten van de stad”, werd er bij gezegd. SPQA Amsterdam legt uit waarom.

De Waag is één van de oudste gebouwen van de stad. Samen met de Schreierstoren en de Oude Kerk is het één van de laatste gebouwen van voor 1500. Daarnaast heeft het gebouw in de loop der tijd voor de stad verschillende belangrijkste functies gehad, tijdens de verschillende periodes die kenmerkend waren voor de stad Amsterdam.

Stadspoort
Het gebouw dat we tegenwoordig simpelweg kennen als De Waag is in 1488 gebouwd als middeleeuwse stadspoort van de vestingwerken waarmee in 1425 is begonnen en waartoe ook het Muntgebouw, de Schreierstoren en de (iets latere) Montelbaanstoren vandaag de dag nog aan herinneren. Rondom de wal werd een verdedigingsgracht gegraven die het tegenwoordige Singel, de Kloveniersburgwal en de Geldersekade besloeg.

De poort werd schuin geplaatst ten opzichte van de wal, zodat eventuele kanonskogels niet rechtstreeks de stad in zouden vliegen bij eventuele beschietingen en werd de Sint Antoniespoort genoemd als verwijzing naar Sint Antonius van Egypte. Hoewel de ommuring weinig echte strijd heeft gezien, is het één van de eerste echte verdedigingswerken van de stad en het is een enorme onderneming geweest die van invloed is op de verdere geschiedenis en groei van Amsterdam.

Waag
Toen de stad in de 17e eeuw een flinke groei meemaakte, en de grachtengordel werd aangelegd, had de oude stadsommuring geen praktisch nut meer en deze werd tussen 1603 en 1613 gesloopt. Amsterdam werd een handelsstad en de St Antoniespoort kreeg een functie die hier beter bij aansloot: het werd in 1617-1618 één van de drie waaggebouwen van de stad, waar goederen werden gewogen om de prijs te bepalen. Voor de verbouwing bestond het gebouw uit twee achter elkaar liggende poorten. Nu werd de ruimte tussen de twee poorten overdekt. Het stuk van de stadsgracht voor het gebouw werd gedempt en daardoor ontstond de Sint Anthonismarkt, de huidige Nieuwmarkt.

Gildes
Hiernaast kreeg het gebouw nog een tweede functie. Op elke hoek van het gebouw kreeg in een toren één van Amsterdam haar vele gildes een plek. De smeden, schilders, chirurgijns en metselaars kregen ieder een soort clubhuis. Zoals vaker met gildes, waren zij zeer trots op hun beroep en dat toonden zij door hun eigen toren zo aan te passen en rijk te versieren met verwjizingen naar het eigen gilde.

De chirurgijns lieten het theatrum anatomicum installeren, een ruimte waar de leden en belangstellenden een combinatie van lijkontledingen en lezingen konden bijwonen met een koepel plafond waar een prachtige plafondschildering kwam met de wapenschilden van de verschillende chirurgijnen. De metselaars lieten in de loop der tijd door de beste metselaarsleerlingen het zeer verfijnd en ingewikkeld metselwerk plaatsen op verschillende delen van de eigen toren, dat diende als proef voor toelating tot het gilde. Elke toren kreeg haar eigen entree met verwijzingen en beeldhouwwerk van de bekendste beeldhouwers uit die tijd die verwezen naar de verschillende gildes. Boven de entree van het schildersgilde kwam bijvoorbeeld een verbeelding van Sint Lucas, evangelist en patroonheilige van de schilders en kunstenaars.

Latere geschiedenis
Rond het begin van de 19e eeuw werden gildes langzaam maar zeker afgeschaft en in de loop van de verdere geschiedenis heeft het gebouw veel verschillende functies gehad. Historisch gezien zijn de oprichting van zowel het Amsterdams Historisch Museum als het Joods Historisch Museum nog van belang. Nadat het gebouw na 1989 een tijd leeg heeft gestaan is er in 1994 een café in het gebouw gevestigd, dat er tot op de dag van vandaag zit. Hiervoor is het gebouw verbouwd en heeft een eerste grondige restauratie plaatsgevonden.

Perikelen rond de funderingen en restauratie
In 2008 werden er scheuren ontdekt in de Metselaarstoren. In eerste instantie werd gedacht dat deze monumentale toren aan het verzakken was, maar verder onderzoek wees al snel uit dat juist het omgekeerde aan de hand was: de rest van het gebouw is aan het zakken, terwijl alleen de Metselaarstoren, blijft staan. De eeuwenoude funderingen blijken te zeer te zijn aangetast door zouten in de voor de bouw gebruikte stenen.

In eerste instantie werden in 2011 noodmaatregelen getroffen om de Metselaarstoren te stutten en zo verder verval van het monument te voorkomen. Nu is er dus een startschot gegeven voor een grootsscheepse renovatie van het gebouw.

Bronnen:
- De Waag op wikipedia
- De Waag op architectenweb.nl

Referenties:
- De Waag gestut (2011), artikel op Onsamsterdam.nl

Foto's
Wikipedia

Tot slot heb ik nog twee video's van Youtube geplukt die meer vertellen over de geschiedenis van de Waag.





Lees meer...

12 mei 2012

Stadsgezichten Het Parool: Het Zuiderbad

De architectuurkatern van Het Parool zette vorige week een nieuw pareltje in de schijnwerpers.
Het is dit jaar 100 jaar geleden (1912) dat het Zuiderbad haar deuren opende. Maar het gebouw van het bad is eigenlijk nog 14 jaar ouder. Voor de huidige functie als zwembad heeft het gebouw een andere functie gehad. Een functie die we vandaag de dag eigenlijk niet meer kennen.

Het gebouw dat we nu kennen als statig zwembad, is niet als zodanig gebouwd. Het gebouw is gebouwd voor Wielrijschool Velox, maar men kon lessen om te fietsen. In die tijd zag men de potentie van het nieuwe vervoermiddel al in en enkele handige ondernemers openden fietsscholen om de nieuwe clientele te bedienen. Echter, al gauw bleek het kunstje niet zo moeilijk als het in het begin leek en mensen leerden het elkaar. De fietsscholen waren geen lang leven beschonken.

Architect van het gebouw was Jonas Ingenohl, die ook verantwoordelijk was voor het turngebouw, waar tegenwoordig jeugdtheater de Krakeling in gehuisvest is. Het gebouw werd gebouwd in 1898 in een mengeling van neo stijlen zoals in die tijd populair was.

Nadat Velox in 1906 failliet ging, hebben verschillende ondernemers geprobeerd om het gebouw te exploiteren, allen zonder succes, totdat op initiatief van een aantal artsen en andere Amsterdamse prominenten onder leiding van Otto Lanz, hoogleraar chirurgie in het Binnengasthuis, op grond van hygiene een zwembad openden in het gebouw. In het nieuwe zuidelijk deel van de stad dat zich aan het ontplooien was, was het een uitstekende functie en in 1912 startte de ombouw. Het werd met een bassin van 32 bij 14 meter één van de grootste overdekte zwembaden van Europa. Als architect werd Jan Stuyt aangetrokken. Hoewel men in eerste instantie Ingenohl zelf had willen vragen, bleek hij zich al intensief betrokken bij het uit dezelfde periode stammende Heiligewegbad, waardoor hij afviel. Interessant is dat het bassin bovenop de bestaande vloer werd gebouwd, waardoor men nu, om het zwembad te bereiken eerst een trap omhoog moet. Een ander kenmerkend onderdeel is de mozaiek fontein aan de kop van het bad.

Inmiddels bestaat het Zuiderbad 100 jaar, maar het voortbestaan van het zwembad ging niet altijd vanzelfsprekend. Meermalen stond het gebouw op de rand van sluiten, maar door acties van buurtbewoners is het gebouw nu nog steeds een zwembad. Bekijk het artikel, waar meer word verteld over behoud en restauratie van het gebouw op de site van het Parool

Afbeeldingen:
Foto: SPQA Amsterdam
Perspectieftekening: J. Ingenohl in Bouwkundig Weekblad

Bronnen:
- Melle, M. Van, (2012) Zwemmen in een wielrijschool in Ons Amsterdam Maart 2012
- Leliman, J.H.W. (1898) De wielerschool der Maatschappij Velox te Amsterdam in Bouwkundig Weekblad 1898
- Wikipedia J. Ingenohl


View Larger Map


Lees meer...

3 mei 2012

Monumentje: De Burcht van Berlage

Op weblog Monumentje! van Ben Schattenberg heeft hij eergisteren, op de dag van de arbeid, een interessant artikel geschreven over de Burcht van Berlage. Het door deze sociaal bewogen architect ontworpen vakbondsgebouw van de ANDB (Algemene Nederlandse Diamantbewerkersbond), geleid door Henri Polak is nu een congrescentrum en vakbondsmuseum, maar heeft een belangrijke rol gespeeld in het ontstaan van de vakbondsbeweging aan het einde van de 19e eeuw.

Voor het interieur werkte Berlage intensief samen met Lambertus Zijl, Antoon Derkinderen, Jan Toorop, Joseph Mendes da Costa en Richard Roland Holst voor muurschilderingen, glas in lood, beeldhouwwerk en tegeltableaus, vaak met een duidelijke socialistisch getinte boodschap. Vooral de schildering in de Bondsraadszaal van deze laatste is zeer indrukwekkend.

Bekijk het artikel op monumentje.blogspot.com

De Burcht en het bijzondere interieur is ook te bezoeken met een rondleiding, bekijk hiervoor de data op de site van de Burcht.

Bekijk ook ons artikel over de Beurs van Berlage.

Lees meer...

30 apr. 2012

Gebouw Batavia van JH Slot (1918-1920)

Aan de Prins Hendrikkade, op nummers 84/85 staat een bijzonder pand, dat hoewel het door zijn kleur en sterke verticale verdeling vandaag de dag niet erg opvalt ten opzichte van de omliggende bebouwing in detaillering toch onmiskenbaar een vroeg Amsterdamse School pand is. Het pand is sinds 2001 een rijksmonument van “zeer sterke waarde ” vanwege de nationale historische achtergrond en bouwstijl.

Het gebouw doet, door haar locatie, vlak bij het Scheepvaarthuis, met vergelijkbare kleur, verticale accenten en beeldhouwwerk vermoeden dat het een dependance is van dit gebouw, maar niets is minder waar. Het gebouw had echter wel net als het Scheepvaarthuis een functie die met de scheepvaart te maken had en dat de architect zich heeft laten beïnvloeden door dit gebouw, dat toen veel geprezen werd, is duidelijk te zien. De relatie met de scheepvaart is ook op te maken uit de locatie, vlak bij de haven, de exotische dierenmotieven en de naam, “Gebouw Batavia”, die met grote vergulde letters op de gevel te lezen is.

Gebouw Batavia is ontworpen in 1918 door J.H. Slot als kantoorgebouw voor de NV Batavia-Arak Maatschappij, een bedrijf dat gevestigd was in zowel Amsterdam als Batavia, de vroegere naam van Jakarta in Indonesië. De maatschappij verhandelde voedsel en drank uit Indonesië en China naar Nederland. Zij bezat arak distilleerderijen aldaar en een eigen distributienetwerk. Arak (of arrack) is een typisch Indonesische sterke drank op basis van suikerriet. Voor het transport maakte zij gebruik van de schepen van de Stoomvaart Maatschappij Nederland, één van de initiatiefnemende maatschappijen van het Scheepvaarthuis.

Het gebouw, gebouwd tussen 1918 en 1920, bezit twee gevels. Één aan de Prins Hendrikkade, maar ook één aan de Oudezijds Kolk, hoewel het hier aan het water ligt en daardoor niet bereikbaar is vanaf de straat. Voor de bouw waren drie oudere panden aangekocht (twee aan de voorkant en één aan de achterzjide) en gesloopt om plaats te maken voor het nieuwe pand, dat hoger was dan de oude bebouwing en ook een kelder kreeg. Het pand bestaat uit vijf verdiepingen bovenop de kelder en een extra zolderverdieping bovenop. Elke verdieping heeft een rij van vijf ramen, zowel aan de vóór- als achterkant. Aan de achterzijde is het oorspronkelijke glas in lood behouden gebleven. Op onderstaande foto is te zien dat het gebouw ook aan de voorkant glas in lood had en op de bovenverdiepingen een andere glasverdeling. Aan de rechterzijde ligt het trapgat achter een smalle erker van half ronde ramen voor toetreding van daglicht. De ronde ruiten hierin zijn echter van latere datum, vroeger zat hier een patroon van kleine vierkante ruitjes in. Daar onder is de entree van het gebouw, die mooi is versierd met smeedijzerwerk in de vorm van een hekwerk en de half ronde erker eindigt hier in een lamp boven het hoofd.

Het pand heeft siermetselwerk in de vorm van geribbelde delen en fantasiedecoraties tussen de verdiepingen en sierlijk beeldhouwwerk van dieren. We zien twee groepjes apen boven de begane grond. Ook zijn er olifantenkoppen te vinden. Wie de beeldhouwer hiervan is, is onzeker. Dit is nergens in de archieven te vinden, maar kenners geven drie mogelijke namen: Jaap Kaas, Johan Altorf en/of Jan Trapman. Alledrie deze beeldhouwers stonden bekend om hun vakmanschap voor het vervaardigen van dierfiguren. Jaap Kaas was toentertijd de meest actief in Amsterdam. Zijn beelden sieren onder andere bruggen van Piet Kramer in verschillende delen van de stad, maar of hij daarmee ook de opdracht voor Gebouw Batavia heeft gekregen is daarmee niet zeker. Op de site van Buitenbeeld in Beeld is meer informatie te vinden over deze beeldhouwers en de reden voor hun mogelijke bijdrage aan het gebouw.

Het gebouw is gebouwd door de NV Gewapend-Betonbouw 'DE KONDOR'. Dit Amsterdamse bedrijf was één van de pioniers op het gebied van gewapend beton en gespecialiseerd in nieuwe toepassingen van dit materiaal. Zij waren ook onder andere verantwoordelijk voor de bouw van de Wolkenkrabber in Amsterdam Zuid.

De architect Slot was vooral in Hilversum werkzaam. Hier bouwde hij veel villa’s in een min of meer sobere variant van de Art Nouveau. Zelden week hij hier sterk van af. Over hoe hij de opdracht van de Batavia-Arak mij heeft gekregen is weinig bekend, maar gezien het feit dat het voor hem een éénmalige uitstap was naar een andere stijl, lijkt het er op dat hij hiermee een wens van de opdrachtgever uitvoerde. Zijn onbekendheid met de Amsterdamse School is wellicht één van de redenen dat hij zich door het Scheepvaarthuis heeft laten inspireren. Ook heeft hij in Amsterdam geen andere gebouwen ontworpen, hetgeen het pand aan de Prins Hendrikkade echt uniek in zijn oeuvre maakt. Deze feiten, de onbekendheid van de beeldhouwer en het feit dat er weinig over geschreven is, maakt het pand een interessant maar mysterieus geval.

Tegenwoordig is het gebouw nog in dienst als kantoorgebouw. Er zit naast een uitzendbureau een bedrijf in dat zich specialiseert in handel van voedingswaren naar de Antillen en Suriname. Onderin zit een café genaamd “Batavia 1920” refererend naar de naam en bouwjaar van het pand.

Bronnen:
- Batavia-Arak Maatschappij (1926) De Batavia-Arak Maatschappij Amsterdam, 1901-1926, Drukkerij De Mercuur
- Daam, Hendrik Jacobus, Directeur van de NV Batavia-Arak Maatschappij, gevonden op iisg.nl
- Arak op Wikipedia
- Gebouw Batavia op de site van Rijksmonumenten.nl
- Architect JH Slot

Foto's
Recente foto's: SPQA Amsterda
Archieffoto's: Beeldbank stadsarchief Amsterdam
Luchtfoto: Beeldbank stadsarchief Amsterdam

Lees meer...

22 apr. 2012

De Nationale Molendag

Op zaterdag 12 en zondag 13 mei vinden de Nationale Molendagen plaats. Op deze dag worden veel molens voor publiek opengesteld en er vinden veel verschillende activiteiten plaats. Sinds 1974 vindt de Nationale Molendag plaats op de tweede zaterdag van mei en dit jaar zijn er ook veel activiteiten op de zondag. Het is de dag waarop zo veel mogelijk molens draaien en is uitgegroeid tot hét molenevenement.

De Nationale Molendag wordt georganiseerd door De Hollandsche Molen, vereniging tot het behoud van molens in Nederland en wil zo aandacht vragen voor de mooiste monumenten in het Nederlandse landschap, de molen. Naast de Nationale Molendag organiseren ze ook provinciale en regionale molen- en maaldagen. De vereniging zou het aantal evenementen graag uitbreiden, te beginnen bij meer deelnemende molens en meer bezoekers op de molendagen.

Sinds 2001 wordt De Hollandse Molen gesteund door de BankGiroLoterij en ontving zij in totaal ongeveer 4,5 miljoen euro. Vanaf 2011 ondersteunt zij ook de nationale molendagen en is er de BankGiroLoterij Molenprijs. De winnaar is de molen met de best beoordeelde restauratie of herstelplan en wordt door het publiek gekozen.

In en om Amsterdam doen vier molens mee aan de Nationale Molendagen. De Riekermolen in Amsterdam-Buitenveldert en d’Admiraal in Amsterdam-Buiksloot zullen op deze dagen draaien, de laatste zal zelfs malen. Van de Akermolen/Oude molen in Amsterdam Osdorp is slecht een deel over en draaien is helaas niet meer mogelijk, bezoeken echter wel! De laatste deelnemende molen is De Bloem/De Blom aan de Haarlemmerweg die alleen op zaterdag 12 mei geopend zal zijn voor publiek. Bij de molens zal uitleg gegeven worden over de molen en het werk van een molenaar. Voor jong en oud zal er op de Nationale Molendagen genoeg te zien en te leren zijn!

Voor meer informatie: De Nationale Molendag
Foto door Robert Berkovits op De Hollandse Molen

Lees meer...

18 apr. 2012

Red de metrokunst!

Met de steun van onder andere de Erfgoedvereniging Heemschut en het Cuypersgenootschap is een actiecomité opgericht dat zich inzet voor het behoud van de metrokunst van de Oostlijn uit 1977.

Deze eerste metrolijn van Amsterdam is niet alleen bijzonder vanwege de karakteristieke uitstraling uit deze jaren, maar ook vanwege de bijbehorende kunst en de nevenfunctie als schuilkelder.
De kunstwerken moeten nu wijken omdat zij volgens de architecten van Bureau GroupA niet binnen de moderne uitstraling passen die zij door middel van de restauratie aan de stations willen meegeven. Wij vinden het jammer dat er bij hen weinig waardering is voor dit uniek stukje geschiedenis.

Vanaf 2008 is begonnen met de renovatiewerkzaamheden van de inmiddels 35 jaar oude lijn, waarbij vele technisch verouderde installaties zijn vervangen, de sporen zijn vernieuwd, de brandveiligheid is verbeterd en de functie als schuilkelder is opgeheven. Dat de restauratie niet altijd even voortvarend is verlopen, moge duidelijk zijn. Asbest en conflicten lieten het zoveelste Amsterdamse project veel tijd verliezen, maar langzaam maar zeker komt de heropening dichterbij.

De kunst in de Oostlijn
Als gevolg van een regel waarbij één procent van de totale kosten van een openbaar gebouw aan kunst moet worden gespendeerd, zijn bij de bouw een aantal kunstenaars gevraagd om de stations aan te kleden met kunstwerken. Vanwege het problematische verloop van de bouw van het project hebben enkele kunstenaars gekozen om in hun werken een relatie te leggen met de metrolijn en de geschiedenis ervan. De slopersbal, de foto’s en de gebroken spiegels van station nieuwmarkt spreken over de rellen die met de aanleg van de metro gepaard gingen. Er zijn in de openbare ruimte weinig voorbeelden te vinden waar dergelijke verwijzingen zijn te vinden naar een voor de stad Amsterdam jong, maar ingrijpend stuk geschiedenis.

Andere kunstenaars kozen ervoor om een kunstwerk te maken dat verwees naar het bovenliggende stuk stad. Zo verwijzen letters van kunstenaar Opland in het station Wibautstraat naar de eens erboven gelegen kantoren van de kranten. Met het verdwijnen van deze activiteiten is ook dit geschiedenis waar in het dagelijks leven alleen ed kunstwerken in het station ons aan doet herinneren.

De kunst is niet alleen bijzonder vanwege de relatie met de bovenliggende straten, gebieden of gebeurtenissen rond de metro, maar ook met de architectuur van de stations zelf. De gebruikte primaire kleuren van de kunstwerken keren terug in de verschillende elementen van de stations.
De kunst is karakteritiek voor deze periode en uniek in zijn soort in dat het een compleet ensemble vormt met de uit dezelfde tijd stammende metro.

Hoewel wij ons kunnen voorstellen dat voor veel mensen de kunst oubollig over kan komen (de architectuur en kunst uit de jaren ‘70 en ‘80 worden momenteel niet sterk gewaardeerd), vinden wij het belangrijk dat er een plan komt waarbij de kunst behouden blijft en wordt gerestaureerd. Deze zelfde jaren kenmerken zich ook door de lage waardering die werd gegeven aan kunst en architectuur uit de jaren ’10 en ’20. Na verloop van tijd is deze mening veranderd en juist in deze huidige tijd waarderen we deze tijd sterk. Laten wij nu niet de zelfde fouten maken die ze toentertijd ook maakten.

In een tijd van krapte voor de kunsten is het zonde om kunst te vernielen omdat het momenteel nog niet wordt gewaardeerd.

We begrijpen het als u de Oostlijn ook gerestaureerd en in een modern jasje ziet, maar als u het met ons eens bent, kunt u een petitie tekenen voor behoud van de kunst.

Meer informatie over de actie vindt u op de site van het actiecomité: metrokunst.nl
Ook is er een boek uitgegeven over de kunstwerken en de geschiedenis met tekst van Maarten Kloos. Het boek is te koop bij Boekhandel Pantheon en Antiquariaat Kok.





Tot slot nog een aflevering van het Polygoon journaal uit 1980 over de metrokunst en de rellen.



Bronnen
- hierzijnwij.nu
- amsterdam.nl

Afbeeldingen Metrokunst.nl


Lees meer...

15 apr. 2012

Jan Kuyt, huisarchitect van Vroom & Dreesmann (V&D 125 jaar)

Het is vandaag 125 jaar geleden dat Willem Vroom en Anton Dreesmann gezamenlijk de Acte van Oprichting ondertekenden die een samenwerking inluidde om een winkel in manufacturen (kleding) te beginnen aan de Weesperstraat. Hoewel zij beiden afzonderlijk al een eigen zaak hadden was deze nieuwe gezamenlijke winkel, die zijn deuren uiteindelijk opende op 21 mei, het begin van wat uitgroeide tot het huidige concern dat inmiddels 62 filialen telt.

Bovendien was Vroom & Dreesmann verantwoordelijk voor het eerste moderne warenhuis van Nederland. Op het perceel tussen het Rokin en de Kalverstraat lieten zij precies 100 jaar geleden een groot magazijn bouwen.

De zaken liepen al snel zo goed dat er overal in het land filialen ontstonden. In de jaren ’20 en ’30 was er één achitect verantwoordelijk voor de architectuur van deze warenhuizen. Jan Kuyt, die kan worden gezien als de huisarchitect van de V&D, ontwierp de gevels van de winkels die nu nog steeds het aanzicht van het bedrijf bepalen.

Vroom en Dreesmann, manufacturen
Het succes van de keten is in eerste instantie vooral te danken aan Anton Dreesmann die met zijn strategie van “lage, doch vaste prijzen, uitsluitend a contant zonder enige korting” een grote vaste klantenkring opbouwde. Ondanks deze lage prijzen, die hij kreeg door het uitsluiten van tusenhandelaren, maakte hij toch veel winst door de grote aantallen waarin hij zijn waar verkocht kreeg. Deze formule gaf hij door aan zijn goede vriend (en later zwager) Willem Vroom en andere familileden. Door het gezamenlijk inkopen voor de in 1890 inmiddels vijf zaken, kon men nog grotere kortingen bedingen. De winkels werden in eerste instantie steeds vergroot door aanliggende panden aan te kopen. Ook werden er steeds meer verschillende producten verkocht, waardoor het eigenlijk geen manufacturenzaken meer waren.

De zaken liepen inmiddels zo goed dat Vroom & Dreesmann in 1912 hun eerste warenhuis lieten bouwen door FMJ Caron. Deze architect was al eerder verantwoordelijk voor de verbouwing van het pand aan de Weesperstraat en was één van de belangrijkste vertegenwoordigers van de Art Nouveau in Amsterdam. Deze moderne uitbundige stroming was populair onder winkeliers, omdat de decoratieve sierlijkheid de winkels deed opvallen temidden van andere panden.
Het pand was zeer modern met allerlei indrukwekkende installaties, zoals een lift, een glazen dakkoepel, electrisch licht en een eigen telefooncentrale voor het verwerken van bestellingen. Caron heeft voor V&D meerdere panden ontworpen. Niet alleen in andere steden, maar ook een ander filiaal aan de Vijzelgracht , voordat men vanaf 1930 voor de modernisering van de panden overstapte op een andere architect: Jan Kuyt.

Het eerste ontwerp dat Kuyt voor de firma verbouwde was het filiaal aan het Spui in Den Haag.
Langzaam maar zeker ontstond een eigen, unieke stijl die het houdt midden tussen twee stijlen. Hij gebruikte zowel de rondingen, bijzondere composities en detailering van de Amsterdamse School als de reuzachtige raampartijen van de Nieuwe Zakelijkheid. Enkele elementen die vaker terugkomen zijn de grote glazen gevels in een omkadering van bakstenen vlakken boven een begane grond van natuursteen. Aan de zijdes worden de zorgen verticale (vaak ronde) accenten en torens voor een spanning in de compositie.

Jan Kuyt kreeg in 1931 de opdracht om het warenhuis aan het Rokin/ Kalverstraat uit te breiden en te moderniseren. Hij ontwierp een grote moderne uitbreiding met een grote glazen gevel aan zowel het Rokin als de Kalverstraat en verticale accenten en een toren aan de Rokin zijde. Uiteindelijk werd van het plan slechts de meest oostelijke helft gebouwd. Een deel van de oude gevel van Caron is vandaag de dag nog steeds te zien

Enkele bijzondere details van het gebouw zijn het smeedwijzerwerk aan de deur en het beeldhouwwerk aan de basis van het ronde volume, beide aan de Rokin zijde. Het beeldhouwwerk toont een afbeelding van Maximiliaan I die in 1489 Amsterdam het recht geeft om de keizerskroon boven het wapen van de stad te voeren.

Jan Kuyt (1884-1944)
Jan Kuyt was een Amsterdamse katholieke architect die zijn opdrachten voornamelijk kreeg van katholieke instellingen en ondernemers. Zo kwam ook de relatie met de eveneens katholieke heren Vroom en Dreesmann tot stand.

Later ontwierp Kuyt ook de filialen in Dordrecht (1931), Maastricht (1932), Haarlem (1933), Utrecht (1934), Amersfoort (1934) en Enschede (1939). Het grootste filiaal was dat in Haarlem, dat uiteindelijk ook zijn meesterwerk zou worden.

Kuyt werd door zijn vele opdrachten voor de winkelketen, vooral beeldbepalend in de ontwikkeling van warenhuizen, maar hij heeft ook vele andere gebouwen ontwerpen. In Amsterdam Zuid bouwde hij woningen in de Stadionbuurt voor de katholieke woningbouwvereniging Dr Schaepman en de Fordfabriek aan de Hemweg in Amsterdam. Één van zijn meest karakteristieke werken is een kerkje in Halfweg, welke men kan zien als men met de trein naar Haarlem reist. Deze Onze-Lieve-Vrouw-Geboortekerk uit 1929, welke overigens door zijn slechte staat met sloop bedreigd wordt, is een bijzonder voorbeeld van kerkbouw in Amsterdamse School stijl.

Voor een (veel) uitgebreidere geschiedenis van het warenhuis kan ik het artikel van Philippe Hondelink, expert op het gebied van de geschiedenis van de V&D, aanraden, welke hij schreef voor het Aprilnummer van het tijdschrift Ons Amsterdam.

Bronnen
- Hondelink, P. (2012) Volkszaakje groeide uit tot warenhuis in Ons Amsterdam
- Hondelink, P. (2011) De Bakermat van V&D, gevonden op Oneindig Noord Holland
- Rossem, V. Van (2009) Francois Marie Joseph Caron (1866-1945) in Binnenstad, gevonden op de site van de VVAB
- Architectuurcentrum Twente (2007) Een warenhuis dat werkt, Over Jan Kuyt, huisarchitect van V&D, Gemeente Enschede
- Wikipedia V&D

Afbeeldingen
- V&D Rokin: Beeldbank Stadsarchief Amsterdam
- Tekening Caron: Beeldbank Stadsarchief Amsterdam
- Tekening Kuyt: Architectuurcentrum Twente


Lees meer...

13 apr. 2012

Dubbele huisnummers op de gevels van Amsterdamse woningen

Men komt in Amsterdam vaker tegen dat in een straat een huis of heel gebouw twee of meerdere huisnummers heeft. Vaak is er naast het moderne nummer een ander historisch nummer dat niet verwijderd kon/ diende te worden. Een mooi voorbeeld zijn een aantal woningen in de Hembrugstraat in de Spaarndammerbuurt. Hier hebben een aantal woningen naast een modern bordje met hogere cijfers ook een in het beton gegoten lager nummer.

Wat is hier de oorzaak van? SPQA Amsterdam zocht het voor u uit.

De definitieve regelgeving voor huisnummeringen is zeer jong. De huidige regels die nu voor de hele stad gelden zijn pas in 2004 definitief vastgelegd. Er wordt aan de ene kant van de straat met even en de andere kant met oneven nummers gewerkt, startend bij 1 aan het uiteinde dat het dichtst bij het IJ (of de Amstel) ligt. Natuurlijk was deze gewoonte hiervoor al veel langer in gebruik, maar hoewel men heeft geprobeerd in de laatste decennia zoveel mogelijk recht te zetten, bestaan er nog steeds een aantal uitzonderingen.

Amsterdam heeft in de loop der geschiedenis vaak te maken gehad met wijzigingen van de regelgeving, die trachtten meer logica in de nummering in te voeren. Enkele van die regels bleken in de praktijk toch niet goed te werken en werden later weer afgeschaft. De dubbele nummering in de Hembrugstraat is een voorbeeld van één van deze wijziging, hoewel deze niet consequent is doorgevoerd.

Tot ongeveer 200 jaar geleden waren woningen nog niet genummerd. De meeste huizen waren voorzien van een naam en uithangbord. Het adres van de andere huizen was meer een beschrijving van waar men naar toe moest gerekend vanaf bekendere gebouwen. Dit systeem is overigens in vele delen van de wereld nog steeds
1795 eerste systeem van huisnummering in Nederland. In Amsterdam werden alle woningen per straat genummerd, waarbij de nummer eerst aan de ene kant opliepen en vervolgens via de andere kant verder gingen. Het hoogste nummer kwam dus weer uit bij nummer 1. Voorbeelden van deze nummering kan men in de binnenstad nog wel eens tegenkomen.

Vanaf 1852 kwam er een nieuw systeem waarbij woningen per buurt werden genummerd. De letters waren enkel of in paren verdeeld over 50 buurten van de stad (de I was overgeslagen). Iedere woning kreeg de letter(s) van de buurt en daar kwam vervolgens een cijfer bij.
In theorie leek dit handig, omdat administratieve zaken per buurt werden geregeld, maar in praktijk bleek het niet zo’n succes. Het was een ergernis om een bepaalde huis te vinden. Enkele panden in de binnenstad hebben nog steeds deze oude nummering, zoals het pand Keizersgracht 276 waar ook nog KK 368 te zien is.


De woningen in de Hembrugstraat, die behoren tot Het Schip hadden bij de bouw een huisnummer per portiek. De afzonderlijke woningen kregen verder een letter, in dit geval dus 63A en 63B. De cijfers zijn gemaakt door bij het gieten van het beton (houten) mallen mee te gieten.
Toen vanaf de jaren vijftig de galerijflat zijn intrede deed, werden in 1955 de letters bij de nummers afgeschaft. Hoewel men in eerste instantie van plan was dit systeem in de hele stad toe te passen, bleken er in de praktijk toch grote nadelen aan dit systeem te zitten. Wat doet men bijvoorbeeld als er enkele woningen halverwege de straat worden gesloopt en er komt een groter aantal woningen voor in de plaats? Er zijn dan te weinig nummers om te verdelen over de nieuwe woningen. In de Spaarndammerbuurt, die in de jaren ‘70 een volledige make-over heeft gekregen, is het systeem wel integraal toegepast en kreeg elke woning nu zijn eigen nieuwe nummer. Zo komt het dat de woningen aan de Hembrugstraat 63 nu de nummers 277 en 279 hebben.

Bronnen
- Pinkster, J., (2010) Ieder huis een eigen nummer in Ons Amsterdam gevonden op onsamsterdam.nl
- Van namen naar nummers op mokums.nl.
- Oude huisnummeringen in Amsterdam op studiokoning.nl.
- Wikipedia

Afbeeldingen
- Hembrugstraat/ Oostzaanstraat: SPQA Amsterdam
- Keizersgracht 276: Beelbank Stadsarchief Amsterdam
- Kaart buurten 1850: amsterdamhistorie.nl


Overigens is een ander interessant fenomeen over huisnummers in Amsterdam Zuid te vinden. Hier zijn tijdens de tweede wereldoorlog huisnummers met grote witte cijfers op de woningen geschilderd. De website zuidelijkewandelweg.nl heeft hier onlangs een filmpje over op haar website geplaatst.


Lees meer...

10 apr. 2012

Het interieur van het Scheepvaarthuis

Op 28 maart schreef SPQA Amsterdam over de bijzondere buitenkant van het Scheepvaarthuis van architect Joan van der Mey. Alle details maken dit gebouw zo bijzonder. Maar niet alleen de buitenkant is opvallend en mooi, ook het interieur verdient aandacht. Zoals veel gebouwen in Amsterdamse School stijl is het Scheepvaarthuis een echt Gesamtkünstwerk waarbij meerdere architecten en kunstenaars hun krachten bundelden. In dit artikel wordt aandacht geschonken aan het prachtige interieur wat naar een grondige restauratie enkele jaren geleden weer in ere is hersteld.

Alles in het Scheepvaarthuis staat in het teken van de scheepvaart. Zowel aan de binnen- als aan de buitenkant van het gebouw. Er werden veel luxe materialen gebruikt, zoals marmer en veel soorten hardhout. Jo van der Mey nam verschillende architecten/kunstenaars in dienst om hem bij te staan. Dit waren onder anderen Michel de Klerk, Piet Kramer en interieurontwerper Theo Nieuwenhuis. Zij werden aangenomen voor het interieur van de directiekamers en Nieuwenhuis ontwierp ook de beraadzaal. Er wordt wel gedacht dat met name Michel de Klerk nog veel meer heeft bijgedragen aan het gebouw, het is alleen niet te achterhalen wat hij precies zou hebben ontworpen.

Via de hoofdingang, op de hoek van de Prins Hendrikkade en de Binnenkant, komt men in een hal. Aan de linker en rechter zijde bevinden zich twee ramen met daar onder een etalage om scheepsmodellen ten toon te stellen en daar boven glas-in-lood ramen met daar op de zeegod Neptunus met een wereldbol. De wereldbol aan de Binnenkant laat het oostelijk halfrond zien, de wereldbol aan de Prins Hendrik zijde het westelijk halfrond. Ook elders in het gebouw komt deze verdeling oost/west voor. Deze ramen verwijzen naar de Verenigde Oostindische Compagnie en de West Indische Compagnie. De wanden en vloeren in deze hal, maar ook de monumentale trap en de wanden in de hallen op de verdiepingen zijn afgewerkt met marmer. Het marmer is geplaatst volgens de ‘open boek’ methode. De marmeren wandbekleding is afgewerkt met een gegolfd lint. De vloeren van de verdiepingen en de traptreden werden bekleed met linoleum met een golfmotief. Al deze golfmotieven verwijzen natuurlijk naar de zee.

In het dak boven de monumentale trap bevind zich een glas-in-lood kap, ontworpen door Willem Bogtman waarschijnlijk op aanwijzing van Van der Mey. Op de grote wanden van de kap zijn wederom het oostelijk en westelijk halfrond te zien. De afbeeldingen zijn geïnspireerd door zeventiende eeuwse wereldkaarten. Op de kaarten zijn niet alleen de continenten, maar ook de belangrijkste vaarroutes, schepen en walvissen te zien. Aan het korte eind zijn twaalf kleine ramen met daarin de tekens van de dierenriem. Helemaal boven in is de baan die de zon in een jaar aflegt afgebeeld met aan een zijde de zonnegod Helios.

In het trappenhuis zijn echter nog meer mooie elementen te vinden. Allereerst is er veel gebruik gemaakt van smeedwerk. Op iedere verdieping zitten links en rechts grote roosters met daarachter de vroegere centrale verwarming. Een zeer moderne techniek die goed aansloot bij wat de scheepvaartmaatschappijen uit wilden stralen, namelijk moderniteit en vernieuwing. Op elke verdieping staan er pilaren die voor een deel uit gips en voor een deel uit smeedwerk bestaan. In het smeedwerk zijn de initialen van de scheepvaartmaatschappijen verwerkt. Op de wanden in het trappenhuis is versiering aangebracht door middel van stuc. Op deze lange verticale banden staan de tekens van de dierenriem, schepen en de staf van Hermes (handel). Ook in de hallen op de verdiepingen en in de directiekamers zijn versieringen van stuc aangebracht. De versiering in het trappenhuis bestaat niet alleen uit stuc, ook de verlichting speelt hierbij een grote rol. Er hangen acht lampen aan de onderkant van de glas-in-lood kap, twee grotere lampen bevinden zich tegen de wand en zijn van fel gekleurd glas-in-lood.

Wellicht het meest bijzonder aan de binnenkant van het Scheepvaarthuis zijn de directiekamers in de punt van het gebouw en de beraadzaal. De directiekamer op de eerste verdieping is ontworpen door Theo Nieuwenhuis (1866-1951). De gehele ruimte heeft een houten wandbekleding met strakke vormen. Nieuwenhuis koos voor een vrij donkere kleur hout. Dit deed hij mogelijk om het wat intiemer te maken, iets dat ook te zien is in de beraadzaal. Piet Kramer en Michel de Klerk richtten de directiekamer op de tweede verdieping in. Kramer en De Klerk gebruikten net als Nieuwenhuis hout, maar niet op alle wanden. Om de deur is een grote houten deurlijst geplaatst met enkele versieringen. De deuren die toegang geven tot de naastgelegen vertrekken hebben slanke ronde deurlijsten gekregen. Kramer en De Klerk ontwierpen niet alleen de houten lambrisering en deuren maar ook de vloerbedekking en meubels. Kramer ontwierp veel robuustere meubels dan De Klerk. In zijn eentje ontwierp De Klerk de directiekamer op de derde verdieping. Hij heeft in deze kamer, net zoals Nieuwenhuis, gebruik gemaakt van veel hout. De wanden zijn voor een groot deel met hout bekleed en bovenaan afgewerkt met een sierlijke rand met fijne details. Ook op de deuren zijn versieringen aangebracht. Er wordt wel gedacht dat de houten deuren elders in het gebouw ook ontworpen zijn door De Klerk.

De mooiste ruimte van het gebouw is de beraadzaal. Het interieur werd net zoals één van de directiekamers ontworpen door Theo Nieuwenhuis. Nieuwenhuis heeft het interieur ontworpen in Art Nouveau stijl. Hij wilde heel duidelijk een eenheid creëren. Dit heeft hij gedaan door telkens dezelfde motieven terug te laten komen, op de wandbespanning, in het houtwerk op de wanden en zelfs in de vloerbedekking. Hij heeft voor flora motieven gekozen, passend bij de Art Nouveau stijl, maar gebruikte daarnaast ook marine motieven. Zo zijn er bijvoorbeeld vissen, zeepaardjes en octopussen te zien. Nieuwenhuis heeft veel hout gebruikt in deze ruimte. Hij wilde hiermee bereiken dat de ruimte een warm en huiselijk gevoel uit zou stralen. De houten panelen op de wand zijn versierd met marine motieven, de belangrijkste pakhuizen van de VOC en WIC en met enkele belangrijke gebeurtenissen uit de lange zeevarende geschiedenis van Nederland. Dit alles om deze ruimte aan te laten sluiten bij de rest van het gebouw. Om de ruimte een nog warmere uitstraling te geven, zijn er glas in lood ramen en een openhaard geplaatst.

Over alles aan de binnenkant van dit gebouw is dus nagedacht, door Van der Mey en door de mensen waar hij mee samenwerkten zoals Kramer en De Klerk. Zoals al eerder genoemd, trok de GVB in het gebouw nadat de laatste scheepvaartmaatschappijen waren vertrokken. In die periode werd er maar weinig onderhoud gepleegd aan het gebouw. Ook werd het meubilair, dat voor een deel door De Klerk en Kramer was ontworpen, verplaatst of opgeslagen in de kelder. Ook werden er bijvoorbeeld verlaagde plafonds met lichtbakken aangebracht.

Sinds het gebouw in 1997 werd gekocht door de heer Van Eijl is de functie van het gebouw veranderd, het is nu een hotel. Hierdoor is het interieur aangepast. Zo zijn in het deel van het gebouw dat behoort tot de tweede fase de gangen smaller gemaakt zodat er badkamers aan de hotelkamers toegevoegd konden worden. Al deze veranderingen en ook de renovatie van het gebouw is in samenspraak gegaan met Bureau Monumentenzorg Amsterdam. Naast het veranderen van de functie is ook het hele gebouw gerenoveerd. Zo is bijvoorbeeld de wandbespanning in de beraadzaal vernieuwd, maar naar het originele ontwerp van Theo Nieuwenhuis. Dat was door de jaren heen vervangen voor een lichtere wandbespanning en ook de verlichting was aangepast. Ook op andere plekken in het gebouw zijn lampen naar origineel ontwerp teruggebracht en is geprobeerd om het originele meubilair weer op de juiste plek in het gebouw te plaatsen. Het gebouw ziet er heden ten dagen dan ook weer prachtig uit en het is zeker een bezoek waard!

Lees ook onze andere artikelen over Joan van der Mey en het Scheepvaarthuis.

Meer over het Scheepvaarthuis op Amsterdamboeken.nl

Literatuur:
- Martijn Andela en Coert Peter Krabbe, ‘Veelheid in eenheid. Maatwerk bij restauratie van het Scheepvaarthuis’, in: Jaarboek Bureau Monumentenzorg Amsterdam, nummer 7 2008.
- Helen Boterenbrood en Jürgen Prang, Van der Mey en het Scheepvaarthuis (Den Haag 1989)
- Hans de Groot, ‘Paleis van schone houtsoorten’, in: Het Houtblad, oktober 1994.

Foto’s:
- Exterieur en beraadzaal: SPQA Amsterdam
- Glas-in-lood kap: Amrâth Hotels
- Glas-in-lood ramen: Wikipedia

Lees meer...

7 apr. 2012

Stadsgezichten Het Parool: Het Tolhuis

Bij de rubriek Stadsgezichten blijven ze nog even in Noord. Dit keer een artikel over het Tolhuis, het café/restaurant van stadsarchitect Springer uit 1859.

Op de plek waar nu het huidige gebouw stad stond eerder een ander tolhuis, waar mensen konden betalen voor de Buikslotervaart naar Buiksloot, ten noorden van Amsterdam. Voor degenen die de laatste pont hadden gemist was er de mogelijkheid om te overnachten.

Langzamerhand verloor het haar oorspronkelijke functie en werd het steeds meer een plek om vanuit Amsterdam recreatief van het platteland en het uitzicht over het IJ te genieten. Het huidige gebouw werd zelfs zonder tolfunctie gebouwd.

Lees het artikel op de site van het Parool.

Foto:
maps.google.com

Bron
- De geschiedenis van het gebouw op de site van het restaurant.

Lees meer...

De banpalen van Amsterdam

In vroeger tijden kon men voor bepaalde vergrijpen als straf verbannen worden uit Amsterdam.
Men moest dan enkele tijd, soms jaren buiten de stad verblijven. Om aan te geven tot waar men precies mocht komen, zijn om die specifieke reden enkele banpalen rondom Amsterdam neergezet. Zij gaven de banne (het rechtsgebied) van de de stad aan en daarmee de stadsgrenzen. Als men toch binnen dit gebied kwam, kreeg men een zwaardere straf.

Op monumenten.nl is een artikel verschenen waarin de betrokken Amstelveense ambtenaar, meer over de banpalen vertelt. Overigens wordt er gesuggereerd dat er verder geen banpalen bestaan, maar dat is niet helemaal correct.

Van de zes panbalen zijn er momenteel nog vier over. Twee daarvan staan in de gemeente Amstelveen. Aan de Amsterdamseweg in Amstelveen (1625) en aan de Amstel bij de Kalfjeslaan (1625). Een derde staat aan de Sloterweg in Sloten (1794). Een vierde paal (1624) is in 2006 herplaatst op zijn oorspronkelijke plaats aan de Spaarndammerdijk, nadat deze lange tijd in het Oosterpark heeft gestaan.

Lees het artikel op de site van monumenten.nl

Bronnen:
- Voogd, F. (2005) Een ontheemde banpaal, in Ons Amsterdam. gevonden op de site van onsamsterdam.nl

Foto:
Beeldbank stadsarchief Amsterdam

Lees meer...

4 apr. 2012

De kwestie Binnengasthuisterrein en de UvA

Groot nieuws in de monumentenwereld van Amsterdam! De UvA is bereid haar standpunten over de sloop van twee Rijksmonumenten voor de bouw van een nieuwe bibliotheek te herzien en te kijken naar alternatieve plannen waarbij de monumenten gespaard blijven. Zo meldde de UvA in een persbericht.

Het Stadsdeel Centrum heeft in 2009 de UvA een vergunning verleend om de twee gebouwen te slopen, maar na vele protesten van onder meer het Bureau Monumenten & Archeologie (BMA), Erfgoedvereniging Heemschut, Cuypersgenootschap, de VVAB en omwonenden, is deze vergunning weer ingetrokken. De Universiteit heeft zich steeds star opgesteld in deze kwestie, maar is nu toch overstag gegaan om het belang van behoud van de monumenten mee te nemen in haar besluit. Naast het feit dat het voor de stad Amsterdam aantrekkelijk is om een universiteit te hebben waarbij de relatie met de historische binnenstad van essentieel belang is, is het ook voor de verschillende monumentenorganisaties goed nieuws dat de UvA bereid is dergelijke stappen te nemen.

Het Binnengasthuisterrein is één van de oudste complexen van Amsterdam. Hoewel de bebouwing in de loop der tijd is vernieuwd en er geen gebouwen staan van voor 1870, is het ensemble als geheel bijzonder en vertelt het een verhaal over de vroegste structuur en geschiedenis van de stad.

Klik op “lees meer” om meer te weten te komen over de geschiedenis van het Binnengasthuis en wat voorafging aan de strijd om het Binnengasthuisterrein.

Het Binnengasthuisterrein is begonnen als twee nonnenkloosters in de tijd dat Amsterdam slechts bestond uit de bebouwing die nu binnen de grachtengordel ligt. In de middeleeuwen waren er geen echte ziekenhuizen, maar ging je naar het klooster als je iets had waarvoor je behandeld moest worden. Na de Alteratie van 1578 zijn de meeste kloosters opgeheven en kregen andere functies, zoals het Ceciliënklooster en het Catharinaklooster die het Princenhof werden (het latere stadhuis van Amsterdam). Zo ook hier, waar het Oude en Nieuwe Nonnenklooster in 1582 werden verbouwd tot het St Pietergasthuis, welke later het Binnengasthuis is gaan heten. De naam Binnengasthuis slaat op het feit dat er ook een Buitengasthuis was, buiten de muren van de stad. De gasthuizen waren voor de armen. Wie geld had, liet een dokter aan huis komen. Deze situatie werd er in de loop der jaren niet beter op en vooral in de negentiende eeuw was de situatie in het gasthuis legendarisch abominabel. Zowel de erbarmelijke toestanden waarin patiënten verkeerden als de onpraktische werkomgeving voor de verzorgers is veel beschreven. Het ziekenhuis werd een ziekenhuis voor vooral armen, je ging hier alleen heen als je een plaats in het Prinsengrachtziekenhuis (1857) of Burgerziekenhuis niet kon betalen.

De huidige overgebleven historische bebouwing stamt uit de periode tussen 1870 en 1914, toen het complex is verbouwd tot modern ziekenhuis. Hiervan is nog een tiental gebouwen over. Rond 1980 was het ziekenhuis dermate uit zijn voegen gegroeid, dat de locatie in de binnenstad niet meer voldeed. Het ziekenhuis ging in 1981 op in het AMC in Zuidoost, welke nog steeds verbonden is met de UvA.

Het historische complex is recenter aangevuld met enkele moderne gebouwen. In deze laatsten zitten onder andere sociale woningen en een kantine van de universiteit.

Uniek
Het gehele Binnengasthuisterrein is benoemd tot Rijksmonument, maar wat maakt het gebied nu zo uniek en behoudenswaardig?
Uit het rapport van de BMA: “[Het] huisvest een 19de-eeuws ziekenhuiscomplex, een zeldzaamheid waar vele befaamde Amsterdamse architecten hun bijdragen aan hebben geleverd. Ten tweede is ook de bijzondere structuur uniek, ontstaan door een geïsoleerde ligging als gevolg van een gesloten bebouwingsrand waarbinnen de gebouwen zijn ingepast in combinatie met groenstructuren. De historische bebouwing in het gebied is sociaal-cultuurhistorisch en architectuurhistorisch van nationaal historisch belang en dient derhalve bewaard te blijven."


Het is het ensemble dat in de basis nog steeds de structuur van de twee kloosters heeft (wanden van bebouwing rondom hoven), waarbij de architectuur de omringende openbare ruimte creeërde en de geschiedenis van het geheel dat het tot een uniek geheel maakt. Ook Joan van der Mey heeft een bijdrage geleverd met het administratiegebouw/ kinderkliniek.
De gebouwen waar de kwestie om draait zijn de Tweede Chirurgische Kliniek (1897) en het Zusterhuis (1900), beide ontworpen door F.W.M. Poggenbeek (1860-1922).

De Tweede Chirurgische Kliniek was de plek waar operaties plaatsvonden. Bijzonder is hier de nog bestaande oude snijzaal. Op de kaart is dit gebouw met groen aangegeven, maar zie ook de foto boven het artikel.
Het Zusterhuis was de locatie waar verpleegster op het terrein verbleven. Het vormt het poortgebouw vanaf de Kloveniersburgwal. Het deel dat voor sloop in aanmerking kwam is met rood op de kaart aangegeven en is het deel aan de Nieuwe Doelenstraat.. Zie ook de GoogleMaps gadget onder het artikel.

Verbouwingsplannen
De eerste plannen voor de aanpassingen dateren uit 1997. De UvA had besloten dat het niet tevreden was met de verspreiding van de verschillende faculteiten en gebouwen. Er werd bepaald dat alle activiteiten zouden worden geclusterd in vier campussen, waarvan het BG terrein er één van is. Hiervoor moest de bibliotheek voor de faculteits geesteswetenschappen naar het BG terrein komen. In 2002 werd een prijsvraag gewonnen door het Spaanse architectenbureau Cruz y Ortiz, dat ook verantwoordelijk is voor de plannen voor het Rijksmuseum (fietstunnel) en het betonnen studiecentrum dat nu naast het museum verrijst. Voor het plan dat zij hadden ingedient, moest echter wel een deel van het BG terrein worden aangepast en de Tweede Chirurgische Kliniek moest geheel en het Zusterhuis gedeeltelijk gesloopt worden. Hiervoor werd in 2008 een bouw- en sloopvergunning aangevraagd.

De UvA is één van de grote partijen in de binnenstad en is met alle studenten die er rondlopen van essentieel belang voor de sfeer van de stad als jonge en bruisende metropool. Hierdoor kan een dergelijke instelling meer gedaan krijgen en kunnen gemaakte belangenafwegingen éénzijdiger uitpakken. De vergunningen werden dan ook in januari 2009 verleend.

Door verschillende belanghebbende partijen, waaronder de BMA, Heemschut, het Cuypersgenootschap en omwonenden, verenigd in de VOLBG, zijn als reactie bezwaarschriften ingediend tegen de plannen. Kritiek was er vooral op de manier en gebrekige beargumentatie waarop de belangen zijn afgewogen en het advies van BMA opzij is gelegd. Ook is er een alternatief aangerijkt: Het Fortisgebouw aan het Rokin, dat vlakbij gelegen is en net leeg was komen te staan was een uitstekend gebouw om de bibliotheek in te huisvesten. De belanghebbenden verweten het stadsdeel de belangen van de universiteit sterker mee te nemen dan het belang van behoud van de rijksmonumenten en er werd heen en weer geschermd met verschillende rapporten en adviezen.

Het conflict leidde tot een rechtzaak tussen de verschillende partijen, waarbij de gemoederen hoog opliepen, maar uiteindelijk is in 2011 de vergunning door de Rechtbank Amsterdam vernietigd, wegens onvoldoende motivering. Het Dagelijks Bestuur van het stadsdeel Centrum moest nu opnieuw een besluit nemen, waarbij verschillende rapporten van onafhankelijke deskundigen zouden worden meegenomen.

In de loop van de tijd werd, mede door een onderzoek door Architectenbureau van Stigt, steeds duidelijker dat er een mogelijkheid bestaat tot een alternatief plan waarbij met enkele aanpassingen het programma ook in de monumenten kan worden gehuisvesd, mede door de technische ontwikkelingen op het gebied van digitalisering van collecties.

De laatste ontwikkelingen rondom het Binnengasthuisterrein zijn goed nieuws voor erfgoedliefhebbers. De UvA heeft op 28 maart 2012 een persbericht doen uitgaan om te melden dat is besloten het verzet op te geven en in zee te gaan met de plannen voor het ontwikkelen van de universiteit in de bestaande monumenten.

Conclusie
De UvA is een universiteit met één van de mooiste locaties van Europa. De hele binnenstad van Amsterdam, met alle café’s, musea, winkelgebieden en grachten is het campusterrein van de universiteit, hetgeen een enorme aantrekkingskracht heeft op aanstaande studenten, het is juist één van de belangrijkste charmes van de hele instelling dat het in verschillende historische panden, enigszins verdeeld over de binnenstad huist, maar hier zijn wel enkele praktische nadelen aan verbonden, zoals te overbruggen afstanden.

In een poging deze nadelen te overkomen, namelijk het clusteren van gebouwen in enkele samenhangende gebieden, is echter weinig rekening gehouden met andere belangen.
Bovendien houdt de clustering ook in dat studenten minder door de binnenstad zouden reizen voor het volgen van hun studie. Het idee van de binnenstad van Amsterdam als campusgebied zou hier geen eer mee worden aangedaan. Studenten zouden zich meer afzonderen in hun kleine universiteitsenclaves, waardoor de levendige band tussen hen en de stad zou verminderen. Al met al een goede ontwikkeling en we hopen dat de nieuwe plannen voor alle partijen goed uitpakken.


View Larger Map

Bronnen:
- ArchiNed, (2002) Cruz y Ortiz ontwerpen bibliotheek UvA, gevonden op archined.nl.
- Wikipedia Binnengasthuisterrein.
- Verschillende artikelen op volbg.nl
- Zanden, J. Van der (2012) Advies Bureau Monumenten en Archeologie inzake de faculteitsbibliotheek op Binnengasthuisterrein, Amsterdam gevonden via volbg.nl (pdf)
- PVDA (februari 2012) De UB-problematiek in vogelvlucht, gevonden op de site van de PVDA
- Schoonenberg, W. (2012), UvA-stadscampus kan gerealiseerd worden met behoud van de monumenten, in Binnenstad nr 250
- UvA bereid om plan nieuwbouw Binnengasthuisterrein te herzien UvA Persvoorlichting (28-03-2012) gevonden op de site van de UvA.
- Amsterdam.nl (29-03-2012) Binnengasthuisterrein

Afbeeldingen:
- Luchtfoto: Google.com, bewerking SPQA Amsterdam
- Nieuw ontwerp bibliotheek: via ArchiNed.nl
- Foto Binnengasthuisterrein: SPQA Amsterdam


Lees meer...

2 apr. 2012

Heropening van het Grachtenhuis

Afgelopen donderdag werd het Grachtenhuis aan de Amsterdamse Herengracht 386 heropend door Alexander Rinnooy Kan, voorzitter van de Sociaal-Economische Raad. Het museum over de Amsterdamse grachten opende vorig jaar april voor het eerst haar deuren maar sloot vijf maanden geleden voor een verbouwing. Vanaf 31 maart is het museum weer geopend voor bezoekers en klaar voor de viering van het 400 jarige bestaan van Amsterdamse grachten volgend jaar.

Het prachtige pand waarin het museum is gevestigd is ontworpen door de bekende zeventiende eeuwse architect Philips Vingboons (1607-1678). Vingboons behoorde tot de school van Jacob van Campen en maakte ontwerpen die geheel pasten in het Hollands classicisme dat op zijn hoogtepunt was tussen 1625 en 1665. Hij werd vooral beroemd door zijn halsgevels en wordt wel de uitvinder van de halsgevel genoemd. Een mooi voorbeeld daarvan zijn de Cromhouthuizen aan de Herengracht, waarin tegenwoordig het Bijbelsmuseum gevestigd is. In 1648 en 1674 verschenen er boeken met daarin ontwerptekeningen van de beste ontwerpen van Vingboons waardoor er een goed beeld bestaat van zijn oeuvre.

Het Grachtenhuis bevind zich in een gebouw van Vingboons dat gebouwd is in de jaren 1663-1665 in opdracht van de koopman Karel Gerards. Vingboons liet de halsgevel achterwege en gaf de gevel een statig uiterlijk met voor het Hollands classicisme kenmerkende elementen als een timpaan en pilasters.

Het Grachtenhuis wil de bezoeker kennis laten maken met het ontstaan van en het leven aan de grachten. Het is de bedoeling dat het museum een beginpunt vormt voor een bezoek aan de Amsterdamse grachten. Naast enkele stijlkamers bestaat het museum vooral uit een multimediale tentoonstelling ontworpen door Kossmann.dejong. De bezoeker maakt in veertig minuten kennis met de 400 jarige geschiedenis van de Amsterdamse grachten waarbij er niet alleen aandacht is voor de zeventiende eeuwse geschiedenis, maar bijvoorbeeld ook de Canal Parade voorbij komen. Door de korte duur van het bezoek en de multimediale aanpak hoopt het museum een zeer breed publiek aan te spreken.

Het museum is geopend van dinsdag tot en met zondag van 10.00 tot 17.00. Kaartjes zijn via de website van het museum te koop.

Voor meer informatie:
Het Grachtenhuis

Foto’s
- Exterieur: LAblog
- Interieur: Het Grachtenhuis

Lees meer...

1 apr. 2012

Documentaire Restauratie Paleis op de Dam

Onlangs reed ik in de tram over de Dam en hoorde de mensen voor mij verzuchten: “Ze hebben er zo lang over gedaan om het Paleis schoon te maken, maar het ziet er nog steeds vies uit!”

Deze verontwaardigde reactie laat goed zien hoe het grootste deel van de publieke opinie hier waarschijnlijk over denkt. Echter, deze reactie is helaas niet helemaal terecht. De werkzaamheden die het Paleis zo lang in de steigers heeft doen staan was geen schoonmaakactie. Het was een restauratie waarbij de oorspronkelijke kleurstelling van het gebouw weer terug is gebracht. Het Bentheimer zandsteen waarmee het gebouw, dat haar leven begon als het stadhuis van de machtigste stad van Europa, is opgebouwd krijgt van nature een vlekkerige, grauwe kleur. Na deze restauratie is het Paleis klaar voor de komende jaren en een eventuele op handen zijnde troonopvolging. Bekijk nu zelf wat de restauratie inhield in een documentaire van de AVRO. (52 minuten)

Bekijk de documentaire op de site van de AVRO.

Via: ergoedstem.nl

Foto: SPQA Amsterdam


Lees meer...

28 mrt. 2012

Uitbreiding Scheepvaarthuis?

Om nog even in het thema van het Scheepvaarthuis te blijven: Vorige week verscheen een artikel op de persoonlijke blog van Ido Verhagen, PVDA raadslid voor stadsdeel Centrum. Hij beschrijft een op handen zijnd besluit van het Dagelijks Bestuur van het stadsdeel Centrum om een hotelfunctie toe te staan op het grondgebied aan de achterzijde van het gebouw. Onlangs heeft de huidige eigenaar van het gebouw en tevens eigenaar van de hotelketen Amrath, dhr. van Eijl, plannen ingediend om een aanbouw aan het gebouw te realiseren.

Het Scheepvaarthuis is gebouwd in opdracht van de NV “Het Scheepvaarthuis”, een samenwerkingsverband tussen zes scheepvaartmaatschappijen. Het gebouw is in eerste instantie gepland in drie verschillende delen, maar door verschillende oorzaken heeft de bouw van de tweede fase veel vertraging opgelopen en is het derde deel tot nu toe zelfs nooit gebouwd.

Het idee om dit laatste stuk grond alsnog aan te vullen is niet nieuw. Eerdere pogingen strandden om verschillende redenen. SPQA Amsterdam is in de geschiedenis van het gebouw gedoken en heeft de eerdere plannen eens op een rijtje gezet.

Plan van der Mey
Allereerst is er natuurlijk het plan van van der Mey zelf. Het oorspronkelijke plan was om in de zelfde stijl het gebouw te voltooien en het perceel volledig te bebouwen. Dat hier plannen voor waren is duidelijk te zien aan de achterkant van het gebouw, waar een geplande binnenplaats slechts voor de helft is gebouwd. Vanwege de stijgende bouwkosten tegen het eind van de jaren 20 werd besloten te wachten tot na de crisis. In afwachting werden in 1934 de inmiddels aangekochte panden aan de Buiten Bantammerstraat gesloopt.

Tweede poging
Na de crisis hadden de rederijen echter eerst tijd nodig om zich te herstellen en daarna kwam de tweede wereldoorlog. In 1948 pakte men het plan weer op om de derde fase te bouwen, maar ook nu waren de bouwkosten zeer hoog geraamd. Om een vergelijking te geven: de eerste fase hadden f1.488.000,- gekost. De tweede, kleinere fase f1.946.000,- en de derde fase, welke qua oppervlakte nog weer een stuk kleiner was, was geraamd op f2.000.000,-. Nu waren het echter niet de materialen die voor de hoge kosten zorgden, de loonkosten van arbeiders was in de laatste jaren flink gestegen en de zeer rijk gedecoreerde gevel had veel manuren nodig.

Het plan was in eerste instantie om met het plan van van der Mey verder te gaan, maar dan in een soberdere variant. Hiervoor wilde men wel graag een andere architect, maar daarvoor moest het auteursrecht van van der Mey worden afgekocht. Dit ging zeer moeizaam en pas na zijn overlijden in 1949 kon men een nieuw ontwerp laten maken. Rond 1950 werden van de overgebleven panden aan de Binnenkant al enkele opgekocht en gesloopt. De plannen zorgden voor onrust bij de buurtbewoners. Vooral de bewoners van de Buiten Bantammerstraat waren inmiddels zeer gehecht geraakt aan de ruimte die was ontstaan. Maar ook anderen protesteerden tegen de afbraak van monumentale panden. En met succes. Er werd door de gemeente besloten dat het bestaande plan te hoog was. Er mocht een plan komen van maximaal drie verdiepingen in plaats van de vijf uit het plan van van der Mey. Bovendien werd er geen sloopvergunning verleend voor het laatste pand binnenkant 12

Plan Duintjer
Voor het nieuwe plan werd FM Duintjer als architect aangetrokken. Hij kreeg de opdracht mee een ontwerp te maken voor de uitbreiding, waarvan het ontwerp moest aansluiten bij de bestaande vormgeving, maar dan goedkoper. Bij presentatie van de plannen bleek echter dat Duintjer zich niets van de eisen van de opdrachtgevers had aangetrokken en een volledig modern gebouw had getekend. Bovendien was het plan begroot op f4.000.000,-, een forse overschreiding van de eerdere plannen van van der Mey. Nadat men in eerste instantie toch door wilde gaan omdat er al zo veel kosten waren gemaakt, is men uiteindelijk toch van het plan afgestapt.

Plan Amrath 2001/2006
Nadat de latere bewoner van het pand, het GVB in 2004 vertrok is het Scheepvaarthuis tussen 2004 en 2007 gerenoveerd en verbouwd tot Grand hotel Amrath. Daarmee verloor zij haar functie als kantoorgebouw, maar de eigenaar van het hotel had het gebouw al in 1998 gekocht en de plannen voor de nieuwe functie stammen van eerdere datum. In 2001 zijn er (schets) tekeningen ingediend voor de bouw van een uitbreiding met 109 kamers. De plannen zouden echter overal de hoogte van het Scheepvaarthuis volgen, 25 meter. Op de hoek met de Binnenkant zou een toren komen van 9 bij 9 meter die 31 meter hoog zou zijn. Dit plan is uiteindelijk na veel protesten niet gerealiseerd. Begrijpelijk, omdat het niet strookt met de eerdere besluiten van de gemeente. Ook zijn vooral de omwonenden niet blij zijn met deze plannen. Het zou de Buiten Bantammerstraat, één van de mooiste en rustigste straatjes van Amsterdam omtoveren tot een donkere steeg.

Plan Amrath 2012
Nu het plan van 2001 uiteindelijk niet doorging, is er dus een nieuw plan ingedient door de eigenaren van het hotel. Volgens Verhagen spiegelt het ontwerp hiervan de huidige bebouwing aan de overkant van de Buiten Bantammerstraat. Het huidige Dagelijks bestuur heeft voorgesteld om alsnog hotelbebouwing toe te staan op deze plek. Verhagen vreest dat de bebouwing er zo uiteindelijk toch zal komen, hoewel hij het zelf niet wenselijk acht, vanwege het grote aantal hotels dat al in dit deel van het centrum aanwezig is. De leefbaarheid van de binnenstad staat op het spel met de overstroming van toeristen. Maar het is ook maar de vraag of de uitbreiding geen aantasting vormt voor het monument.

Afbeeldingen:
- Foto: SPQA Amsterdam
- Plan van der Mey: Boterenbrood
- Plan Duintjer: NAi
- Plan Amrath: opnieuw.nu


Bronnen
- Boterenbrood, H. (1989) Van der Mey en het Scheepvaarthuis, SDU Uitgevers
- Pinkse, H. (2001) Het Scheepvaarthuis, een stedenbouwkundige vergissing? In: Binnenstad 190 gevonden op amsterdamsebinnenstad.nl
- Lansen, E. (2001) Hotel naast het Scheepvaarthuis, gevonden op opnieuw.nu
- Verhage, I, (2012) Hoeveel hotels kan de hotelzee rond het stationseiland aan?, gevonden op idoverhagen.nl


Lees meer...