14 feb. 2012

Architect belicht: KPC (Karel) de Bazel

Vandaag is de 143e geboortedag van Karel de Bazel (1869 – 1923) een architect die vooral bekend is vanwege het gebouw van de Nederlandse Handelsmaatschappij (NHM) aan de Vijzelstraat, waar nu het stadsarchief in gehuisvest is. Toch zullen er weinig mensen andere gebouwen van deze veelzijdige architect kunnen opnoemen. Ondanks de huidige relatieve onbekendheid met zijn werk, was De Bazel was een zeer gerespecteerde en invloedrijke architect. Een uitstekende gelegenheid om meer over zijn leven en werk te vertellen.

De Bazel was als architect vooral actief in het ontwepen van villa’s in het Gooi en Noord-Holland voor rijkere klanten. Daarnaast was hij een vast redactielid van het tijdschrift Architectura en ontwerper van meubilair en grafisch werk. In eerste instantie had De Bazel een bureau samen met J.L.M. Lauweriks en een tijd later startte hij het beroemde ontwerpbureau De Ploeg. Zijn invloed in deze gebieden was zo groot dat hij vaak gevraagd werd voor welstandcommissies en jury’s van prijsvragen. Ook zette hij zich als één van de oprichters van de Erfgoedvereniging Heemschut actief in voor het behoud van het erfgoed van Amsterdam. Uiteindelijk wordt de Bazel samen met Berlage gezien als één van de belangrijkste architecten van het rationalisme, hoewel zijn architectuur zich hiervan onderscheidde door zijn inspiratie uit de theosofie, vrijmetselarij en de oosterse kunsten. Het bankgebouw aan de Vijzelstraat wordt gezien als zijn magnum opus, hoewel hij het einde van de bouw niet heeft mogen meemaken.

In de rubriek Architect belicht wordt op regelmatige basis een spraakmakende architect uitgelicht die veel heeft betekend, soms juist weinig heeft betekend, of gewoon omdat hij/zij in het nieuws voorkomt.

Karel de Bazel
De voornaamste reden dat de Bazel weinig bekendheid geniet, is te danken aan het feit dat zijn werk, hoewel uitgebreid, sterk verspreid door Nederland is en voornamelijk kleinere werken omvat. De Bazel heeft, wellicht tot zijn eigen frustratie, naast de NHM nooit de kanst gekregen om veel meer te ontwerpen dan luxe villa’s en landhuizen voor de rijkeren. Toch is de Bazel vooral een pionier in de moderne zoektocht naar nieuwe inspiratie voor architectuur en de “ware” esthetiek.

Karel de Bazel is zijn carriere begonnen als leerling van Pierre Cuypers. Deze streng katholieke architect zocht zijn inpiratie in de beginselen van de christelijke architectuur, zoals de gotiek en romaanse architectuur. Hoewel in het werk van de Bazel ook een zekere zoektocht te vinden is naar de oorsprong van de bouwkunst, ontwikkelde de Bazel zich in een compleet andere richting. Op het bureau van Cuypers leerde hij ook JLM (Mathieu) Lauweriks kennen en samen ontwikkelden zij een interesse in esotherie, socialisme, vrijmetselarij en anarchisme. De katholieke Cuypers was in eerste instantie niet op de hoogte van de rebelse ideeën van zijn studenten, maar toen zij theosofisch getinte illustraties maakten en artikelen schreven voor de tijdschriften Licht en Waarheid en Architectura kon dit natuurlijk niet uitblijven en heeft dit geleid tot een breuk met de woedende Cuypers.

In 1895 begonnen de twee hun eigen Atelier voor Architectuur, Kunstnijverheid en Decoratieve kunst in Amsterdam. De Bazel richtte zich al snel meer op de architectuur en Lauweriks hield zich meer bezig met het grafische werk en de uitwerking van de theoretische achtergrond. Een grote invloed in deze periode van de twee ontwerpers waren de oude Egyptische en Assyrische kunst (het huidige Iran). Werken werden opgebouwd aan de hand van complexe geometrische patronen en proportiesystemen, vooral bestaande uit cirkels, vierkanten en driehoeken van waaruit rasters voor de ontwerpen ontstonden, abstract of juist verbeeldend. Langzamerhand werd het bureau steeds bekender en zij leverden in deze periode vele werken af, hoewel voornamelijk kleinere opdrachten. Rond 1900 ontstond echter langzaam maar zeker ook een breuk met Lauweriks. Hoewel deze laatste zich steeds sterker richtte op de meer occulte kant van de theosofie, vond de Bazel zich veel meer aangetrokken tot de praktische leer. In 1902 verhuisde hij naar Bussum, waar hij een nieuw atelier annex winkel startte, De Ploeg.

Carrière
In het Gooi kwam de carrière van de Bazel pas echt op gang. De Bazel ontwierp veel meubilair, grafische afbeeldingen en servies. Ook kreeg hij veel opdrachten voor architectuur, zoals het hoofdkantoor van de Nederlandse Heidemaatschappij te Arnhem, dat gelijkenissen vertoont met de latere NHM in Amsterdam. De Bazel kreeg in deze periode ook de opdracht voor het ontwerpen van het Brediuskwartier, een woonbuurt in Bussum dat inmiddels een beschermd dorpsgezicht is. Maar de meeste opdrachten kreeg de Bazel voor de vele villa’s en (riante) landhuizen voor de elite. Hij had echter grote moeite dit in zijn ideale socialistische wereldbeeld te passen, hetgeen hem duidelijk ongelukkig stemde. Het feit dat het vooral de goed opgeleide en rijkere elite was die geïnteresseerd was in politiek en complexe vernieuwende wereldbeelden bleek voor meer architecten een frustrerend gegeven. Architectuur en kunstnijverheid was in die tijd geen aangelegenheid voor de arbeidersklasse.

Dit veranderde in het begin van de 20e eeuw met de invoering van de woningwet van 1901. Niet alleen ontstond de mogelijkheid om aan de enorme behoefte aan degelijke woningen te voldoen door coöperatief opgezette verenigingen, de invoering van de welstand eiste dat deze gebouwen ook door architecten werden ontworpen. Voor de gemeentelijke woningdienst, heeft de Bazel twee woningbouw blokken ontworpen aan het van Beuningenplein en rondom het Zaandammerplein in de Spaarndammerbuurt, maar zijn werk werd toen al gezien als te statisch en weinig revolutionair. De reden dat de Bazel niet bekend is geworden met stedelijke woningbouw is dat de Bazel toentertijd al iets ouder was. Zijn ontwerpen konden zich niet meten met de krachtige en tot de verbeelding sprekende gebouwen van de Amsterdamse School.

Net als onder andere Copier en Berlage werd De Bazel gevraagd door de Glasfabriek in Leerdam voor het ontwerp van servies en vazen. Zijn ontwerpen in geperst gekleurd glas werden vanaf 1916 uitgevoerd. Ook hier waren de ontwerpen gebaseerd op geometrische patronen.

De NHM
Rond 1900 werd door de gemeente Amsterdam besloten dat voor een betere ontsluiting van de stad een aantal toegangswegen verbreed moest worden. De Raadhuisstraat was één van de nieuwe doorgangen naar de binnenstad, maar in 1916 werd besloten dat ook de Vijzelstraat moest worden verbreed. De Bazel werd aangesteld als esthetisch adviseur om het geheel visueel in goede banen te leiden. Er waren veel grote partijen die interesse hadden in een stuk grond aan de nieuw te vormen straat. De nieuwe Vijzelstraat kreeg een nieuw hotel (het Carlton hotel van GJ Rutgers) een flatgebouw (de Vijzelflat van JM van der Mey) en een nieuw kantoor voor de Nederlandse Handelsmaatschappij, een in 1824 door koning Willem I opgerichte instelling die de handel met Nederlands-Indië moest stimuleren. Tegen 1920 had de NHM haar activiteiten van handel en transport laten vieren en had zich toegespitst op het bankwezen. Om geen problemen te krijgen met het ontwerp bij de welstand, besloot de instelling om de Bazel ook te vragen voor het ontwerp van het gebouw.

Voor het ontwerp van het kolossale kantoorgebouw maakte de Bazel een rastersysteem, waarlangs het volledige gebouw is ontworpen. Voor de decoraties liet hij zich inspireren door motieven uit Nederlands-Indië. Tijdens de bouw is hem geleidelijk aan gevraagd steeds meer verdiepingen toe te voegen, waardoor hij zich genoodzaakt zag de bovenste twee verdiepingen getrapt te laten terugvallen. Aan de buitenzijde zijn op de hoeken allegorische verbeeldingen van de Handel en de Scheepvaart te zien. Naast de entree verbeelden twee vrouwelijke figuren Europa en Nederlands-Indië. Hog boven de entree bevinden zich nog de drie beeltenissen van JP Coen, HW Daendels en van Heutz, allen tegenwoordig enigszins controversiële figuren, maar toentertijd gezien als belangrijke personages in de historie van Nederlands-Indië.

De bouw van het gebouw begon in 1919 en zou tot 1926 duren. Het was november 1923, nog voordat het gebouw van de NHM gereed was, dat de Bazel op 54-jarige leeftijd stierf in de trein op weg naar de begrafenis van Michel de Klerk, die kort daarvoor ook was overleden.

Vandaag de dag is het Stadsarchief van Amsterdam in het gebouw gevestigd. Het bezoek van het gebouw is de moeite waard. Er worden in het weekend rondleidingen gegeven door het gebouw.

Enkele werken van de Bazel:
- De synagoge van Enschede, een ontwerp dat pas na zijn dood werd uitgevoerd. (1927-1928)
- Het Brediuskwartier te Bussum
- Woningbouw aan het van Beuningenplein
- Woningbouw aan het Zaandammerplein


Bronnen:
- Bax, M, 2007, K.P.C. de Bazel (1869-1923), vormgever van een nieuwe wereld, Bekking & Blitz, Amersfoort
- Hageman, M. en Smit, L, (2007), De Bazel, Tempel aan de Vijzelstraat in Amsterdam, uitgeverij Thoth, Bussum
- Wikipedia
- Buigrafie van de Bazel op NAi.nl

Foto's:
- NHM Vijzelstraat ext: SPQA Amsterdam
- De Bazel: NAi
- Boekomslag: dbnl.org
- Zaandammerplein: SPQA Amsterdam
- Glaswerk: Gemeentemuseum Den Haag
- Safe deposit: Stadsarchief Amsterdam
- Vergaderzaal De Bazel: Wikipedia

Geen opmerkingen:

Een reactie posten