10 apr. 2012

Het interieur van het Scheepvaarthuis

Op 28 maart schreef SPQA Amsterdam over de bijzondere buitenkant van het Scheepvaarthuis van architect Joan van der Meij. Alle details maken dit gebouw zo bijzonder. Maar niet alleen de buitenkant is opvallend en mooi, ook het interieur verdient aandacht. Zoals veel gebouwen in Amsterdamse School stijl is het Scheepvaarthuis een echt Gesamtkünstwerk waarbij meerdere architecten en kunstenaars hun krachten bundelden. In dit artikel wordt aandacht geschonken aan het prachtige interieur wat naar een grondige restauratie enkele jaren geleden weer in ere is hersteld.

Alles in het Scheepvaarthuis staat in het teken van de scheepvaart. Zowel aan de binnen- als aan de buitenkant van het gebouw. Er werden veel luxe materialen gebruikt, zoals marmer en veel soorten hardhout. Joan van der Meij nam verschillende architecten/kunstenaars in dienst om hem bij te staan. Dit waren onder anderen Michel de Klerk, Piet Kramer en interieurontwerper Theo Nieuwenhuis. Zij werden aangenomen voor het interieur van de directiekamers en Nieuwenhuis ontwierp ook de beraadzaal. Er wordt wel gedacht dat met name Michel de Klerk nog veel meer heeft bijgedragen aan het gebouw, het is alleen niet te achterhalen wat hij precies zou hebben ontworpen.

Via de hoofdingang, op de hoek van de Prins Hendrikkade en de Binnenkant, komt men in een hal. Aan de linker en rechter zijde bevinden zich twee ramen met daar onder een etalage om scheepsmodellen ten toon te stellen en daar boven glas-in-lood ramen met daar op de zeegod Neptunus met een wereldbol. De wereldbol aan de Binnenkant laat het oostelijk halfrond zien, de wereldbol aan de Prins Hendrik zijde het westelijk halfrond. Ook elders in het gebouw komt deze verdeling oost/west voor. Deze ramen verwijzen naar de Verenigde Oostindische Compagnie en de West Indische Compagnie. De wanden en vloeren in deze hal, maar ook de monumentale trap en de wanden in de hallen op de verdiepingen zijn afgewerkt met marmer. Het marmer is geplaatst volgens de ‘open boek’ methode. De marmeren wandbekleding is afgewerkt met een gegolfd lint. De vloeren van de verdiepingen en de traptreden werden bekleed met linoleum met een golfmotief. Al deze golfmotieven verwijzen natuurlijk naar de zee.

In het dak boven de monumentale trap bevind zich een glas-in-lood kap, ontworpen door Willem Bogtman waarschijnlijk op aanwijzing van Van der Meij. Op de grote wanden van de kap zijn wederom het oostelijk en westelijk halfrond te zien. De afbeeldingen zijn geïnspireerd door zeventiende eeuwse wereldkaarten. Op de kaarten zijn niet alleen de continenten, maar ook de belangrijkste vaarroutes, schepen en walvissen te zien. Aan het korte eind zijn twaalf kleine ramen met daarin de tekens van de dierenriem. Helemaal boven in is de baan die de zon in een jaar aflegt afgebeeld met aan een zijde de zonnegod Helios.

In het trappenhuis zijn echter nog meer mooie elementen te vinden. Allereerst is er veel gebruik gemaakt van smeedwerk. Op iedere verdieping zitten links en rechts grote roosters met daarachter de vroegere centrale verwarming. Een zeer moderne techniek die goed aansloot bij wat de scheepvaartmaatschappijen uit wilden stralen, namelijk moderniteit en vernieuwing. Op elke verdieping staan er pilaren die voor een deel uit gips en voor een deel uit smeedwerk bestaan. In het smeedwerk zijn de initialen van de scheepvaartmaatschappijen verwerkt. Op de wanden in het trappenhuis is versiering aangebracht door middel van stuc. Op deze lange verticale banden staan de tekens van de dierenriem, schepen en de staf van Hermes (handel). Ook in de hallen op de verdiepingen en in de directiekamers zijn versieringen van stuc aangebracht. De versiering in het trappenhuis bestaat niet alleen uit stuc, ook de verlichting speelt hierbij een grote rol. Er hangen acht lampen aan de onderkant van de glas-in-lood kap, twee grotere lampen bevinden zich tegen de wand en zijn van fel gekleurd glas-in-lood.

Wellicht het meest bijzonder aan de binnenkant van het Scheepvaarthuis zijn de directiekamers in de punt van het gebouw en de beraadzaal. De directiekamer op de eerste verdieping is ontworpen door Theo Nieuwenhuis (1866-1951). De gehele ruimte heeft een houten wandbekleding met strakke vormen. Nieuwenhuis koos voor een vrij donkere kleur hout. Dit deed hij mogelijk om het wat intiemer te maken, iets dat ook te zien is in de beraadzaal. Piet Kramer en Michel de Klerk richtten de directiekamer op de tweede verdieping in. Kramer en De Klerk gebruikten net als Nieuwenhuis hout, maar niet op alle wanden. Om de deur is een grote houten deurlijst geplaatst met enkele versieringen. De deuren die toegang geven tot de naastgelegen vertrekken hebben slanke ronde deurlijsten gekregen. Kramer en De Klerk ontwierpen niet alleen de houten lambrisering en deuren maar ook de vloerbedekking en meubels. Kramer ontwierp veel robuustere meubels dan De Klerk. In zijn eentje ontwierp De Klerk de directiekamer op de derde verdieping. Hij heeft in deze kamer, net zoals Nieuwenhuis, gebruik gemaakt van veel hout. De wanden zijn voor een groot deel met hout bekleed en bovenaan afgewerkt met een sierlijke rand met fijne details. Ook op de deuren zijn versieringen aangebracht. Er wordt wel gedacht dat de houten deuren elders in het gebouw ook ontworpen zijn door De Klerk.

De mooiste ruimte van het gebouw is de beraadzaal. Het interieur werd net zoals één van de directiekamers ontworpen door Theo Nieuwenhuis. Nieuwenhuis heeft het interieur ontworpen in Art Nouveau stijl. Hij wilde heel duidelijk een eenheid creëren. Dit heeft hij gedaan door telkens dezelfde motieven terug te laten komen, op de wandbespanning, in het houtwerk op de wanden en zelfs in de vloerbedekking. Hij heeft voor flora motieven gekozen, passend bij de Art Nouveau stijl, maar gebruikte daarnaast ook marine motieven. Zo zijn er bijvoorbeeld vissen, zeepaardjes en octopussen te zien. Nieuwenhuis heeft veel hout gebruikt in deze ruimte. Hij wilde hiermee bereiken dat de ruimte een warm en huiselijk gevoel uit zou stralen. De houten panelen op de wand zijn versierd met marine motieven, de belangrijkste pakhuizen van de VOC en WIC en met enkele belangrijke gebeurtenissen uit de lange zeevarende geschiedenis van Nederland. Dit alles om deze ruimte aan te laten sluiten bij de rest van het gebouw. Om de ruimte een nog warmere uitstraling te geven, zijn er glas in lood ramen en een openhaard geplaatst.

Over alles aan de binnenkant van dit gebouw is dus nagedacht, door Van der Meij en door de mensen waar hij mee samenwerkten zoals Kramer en De Klerk. Zoals al eerder genoemd, trok de GVB in het gebouw nadat de laatste scheepvaartmaatschappijen waren vertrokken. In die periode werd er maar weinig onderhoud gepleegd aan het gebouw. Ook werd het meubilair, dat voor een deel door De Klerk en Kramer was ontworpen, verplaatst of opgeslagen in de kelder. Ook werden er bijvoorbeeld verlaagde plafonds met lichtbakken aangebracht.

Sinds het gebouw in 1997 werd gekocht door de heer Van Eijl is de functie van het gebouw veranderd, het is nu een hotel. Hierdoor is het interieur aangepast. Zo zijn in het deel van het gebouw dat behoort tot de tweede fase de gangen smaller gemaakt zodat er badkamers aan de hotelkamers toegevoegd konden worden. Al deze veranderingen en ook de renovatie van het gebouw is in samenspraak gegaan met Bureau Monumentenzorg Amsterdam. Naast het veranderen van de functie is ook het hele gebouw gerenoveerd. Zo is bijvoorbeeld de wandbespanning in de beraadzaal vernieuwd, maar naar het originele ontwerp van Theo Nieuwenhuis. Dat was door de jaren heen vervangen voor een lichtere wandbespanning en ook de verlichting was aangepast. Ook op andere plekken in het gebouw zijn lampen naar origineel ontwerp teruggebracht en is geprobeerd om het originele meubilair weer op de juiste plek in het gebouw te plaatsen. Het gebouw ziet er heden ten dagen dan ook weer prachtig uit en het is zeker een bezoek waard!

Lees ook onze andere artikelen over Joan van der Meij en het Scheepvaarthuis.

Meer over het Scheepvaarthuis op Amsterdamboeken.nl

Literatuur:
- Martijn Andela en Coert Peter Krabbe, ‘Veelheid in eenheid. Maatwerk bij restauratie van het Scheepvaarthuis’, in: Jaarboek Bureau Monumentenzorg Amsterdam, nummer 7 2008.
- Helen Boterenbrood en Jürgen Prang, Van der Mey en het Scheepvaarthuis (Den Haag 1989)
- Hans de Groot, ‘Paleis van schone houtsoorten’, in: Het Houtblad, oktober 1994.

Foto’s:
- Exterieur en beraadzaal: SPQA Amsterdam
- Glas-in-lood kap: Amrâth Hotels
- Glas-in-lood ramen: Wikipedia

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen