17 nov. 2011

Monumentale panden bezorgen corporaties financiële zorgen

Het Schip, het Entrepotdok, de Haarlemmerpoort. Erg leuk om te wonen in een bijzonder en uniek monument. Deze genoemnde gebouwen zijn ook allen in gebruik als sociale woningbouw. Je hoeft niet rijk te zijn om in een stukje geschiedenis te wonen, een gegeven waar de respectievelijke corporaties trots mee pronken. Na een aantal moeizame jaren na de verzelfstandiging van de corporaties kwam er in het afgelopen decenium een kentering en kregen corporaties ook de mogelijkheden om te investeren in het restaureren en bewoonbaar maken van Amsterdamse monumenten.

Maar dat was voor de crisis.

Tegenwoordig maken de stijgende kosten voor onderhoud en verscherpte regelgeving het duurder voor corporaties om dergelijke panden aan te trekken en te onderhouden. De discussie is losgebarsten over het beleid dat gevoerd moet worden en het lot van deze dure panden staat op het spel nu er keuzes gemaakt moeten worden over investeringen.

Woningcorporaties hebben een maatschappelijke taak om mensen te huisvesten, maar moet dat tegen elke prijs? Hebben corporaties de verantwoordelijkheid om te investeren in dure monumenten of moeten zij zich toch vooral richten op het aanbieden van woningen voor een redelijke prijs? En als de woningcorporaties zich niet over monumentale panden ontfermen, moet het dan worden overgelaten aan vastgoedontwikkelaars?

Lees meer over deze kwestie in een artikel op de site van Nul20 het tijdschrift over woonbeleid en ontwikkelingen op de woningmarkt in Amsterdam.

Foto: Entrepotdok

Geen opmerkingen:

Een reactie posten