Posts tonen met het label Nieuwe Zakelijkheid. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Nieuwe Zakelijkheid. Alle posts tonen

17 mrt 2013

AT5 De Straten: De Wolkenkrabber van Plan Zuid

In het programma De Straten van AT5 is in een eerdere aflevering aandacht besteed aan de Wolkenkrabber in Amsterdam Zuid. Het 12-verdiepingenhuis, zoals het aanvankelijk genoemd werd van architect Jan Frederik (Frits) Staal is één van de meest kenmerkende gebouwen uit het Plan Zuid van Berlage.

Op de plek van de Wolkenkrabber, op één van de kruispunten van monumentale boulevards die zo kenmerkend zijn voor Plan Zuid, had Berlage in zijn plannen aanvankelijk een kunstenaarshuis gepland. Dit moest een gebouw worden waar kunstenaars zouden samenkomen, werken, wonen, debateren en hun werk tentoonstellen. Helaas ging dit plan om financiële redenen niet door, maar er kwam wel een ander kenmerkend gebouw voor in de plaats. Samen met de woningen rondom het Merwedeplein, ontwierp Staal in 1932 een complex dat wat betreft vormgeving een nieuwe richting in sloeg voor de architectuur in Amsterdam. Er zijn nog enkele kenmerken van de Amsterdamse School in te bespeuren, maar de strakkere vormentaal en sobere detaillering verraadt de invloeden van de Nieuwe Zakelijkheid. Ook het gebruik van moderne materialen contrasteerde met de arbeids- en ambachtsintensieve bouw van de stijl waar Staal niet lang daarvoor nog als één van de voormannen van goldt.

In een korte documentaire vertelt een bewoonster van de Wolkenkrabber over de plezieren en ongemakken van wonen op zo’n bijzondere plek De uitzending is al wat ouder, maar was ons echter ontstaan. Wij kwamen op de link via zuidelijkewandelweg.nl en daarom alsnog een link.

Bekijk de documentaire hier.

Bekijk ook de verschillende artikelen met meer informatie over de Wolkenkrabber op voornoemde site.

SPQA Amsterdam heeft eerder ook al artikelen geschreven over architect JF Staal. Deel 2


View Larger Map

Foto: SPQA Amsterdam

Lees meer...

15 apr 2012

Jan Kuyt, huisarchitect van Vroom & Dreesmann (V&D 125 jaar)

Het is vandaag 125 jaar geleden dat Willem Vroom en Anton Dreesmann gezamenlijk de Acte van Oprichting ondertekenden die een samenwerking inluidde om een winkel in manufacturen (kleding) te beginnen aan de Weesperstraat. Hoewel zij beiden afzonderlijk al een eigen zaak hadden was deze nieuwe gezamenlijke winkel, die zijn deuren uiteindelijk opende op 21 mei, het begin van wat uitgroeide tot het huidige concern dat inmiddels 62 filialen telt.

Bovendien was Vroom & Dreesmann verantwoordelijk voor het eerste moderne warenhuis van Nederland. Op het perceel tussen het Rokin en de Kalverstraat lieten zij precies 100 jaar geleden een groot magazijn bouwen.

De zaken liepen al snel zo goed dat er overal in het land filialen ontstonden. In de jaren ’20 en ’30 was er één achitect verantwoordelijk voor de architectuur van deze warenhuizen. Jan Kuyt, die kan worden gezien als de huisarchitect van de V&D, ontwierp de gevels van de winkels die nu nog steeds het aanzicht van het bedrijf bepalen.

Vroom en Dreesmann, manufacturen
Het succes van de keten is in eerste instantie vooral te danken aan Anton Dreesmann die met zijn strategie van “lage, doch vaste prijzen, uitsluitend a contant zonder enige korting” een grote vaste klantenkring opbouwde. Ondanks deze lage prijzen, die hij kreeg door het uitsluiten van tusenhandelaren, maakte hij toch veel winst door de grote aantallen waarin hij zijn waar verkocht kreeg. Deze formule gaf hij door aan zijn goede vriend (en later zwager) Willem Vroom en andere familileden. Door het gezamenlijk inkopen voor de in 1890 inmiddels vijf zaken, kon men nog grotere kortingen bedingen. De winkels werden in eerste instantie steeds vergroot door aanliggende panden aan te kopen. Ook werden er steeds meer verschillende producten verkocht, waardoor het eigenlijk geen manufacturenzaken meer waren.

De zaken liepen inmiddels zo goed dat Vroom & Dreesmann in 1912 hun eerste warenhuis lieten bouwen door FMJ Caron. Deze architect was al eerder verantwoordelijk voor de verbouwing van het pand aan de Weesperstraat en was één van de belangrijkste vertegenwoordigers van de Art Nouveau in Amsterdam. Deze moderne uitbundige stroming was populair onder winkeliers, omdat de decoratieve sierlijkheid de winkels deed opvallen temidden van andere panden.
Het pand was zeer modern met allerlei indrukwekkende installaties, zoals een lift, een glazen dakkoepel, electrisch licht en een eigen telefooncentrale voor het verwerken van bestellingen. Caron heeft voor V&D meerdere panden ontworpen. Niet alleen in andere steden, maar ook een ander filiaal aan de Vijzelgracht , voordat men vanaf 1930 voor de modernisering van de panden overstapte op een andere architect: Jan Kuyt.

Het eerste ontwerp dat Kuyt voor de firma verbouwde was het filiaal aan het Spui in Den Haag.
Langzaam maar zeker ontstond een eigen, unieke stijl die het houdt midden tussen twee stijlen. Hij gebruikte zowel de rondingen, bijzondere composities en detailering van de Amsterdamse School als de reusachtige raampartijen van de Nieuwe Zakelijkheid. Enkele elementen die vaker terugkomen zijn de grote glazen gevels in een omkadering van bakstenen vlakken boven een begane grond van natuursteen. Aan de zijdes zorgen verticale (vaak ronde) accenten en torens voor een spanning in de compositie.

Jan Kuyt kreeg in 1931 de opdracht om het warenhuis aan het Rokin/ Kalverstraat uit te breiden en te moderniseren. Hij ontwierp een grote moderne uitbreiding met een grote glazen gevel aan zowel het Rokin als de Kalverstraat en verticale accenten en een toren aan de Rokin zijde. Uiteindelijk werd van het plan slechts de meest oostelijke helft gebouwd. Een deel van de oude gevel van Caron is vandaag de dag nog steeds te zien

Enkele bijzondere details van het gebouw zijn het smeedwijzerwerk aan de deur en het beeldhouwwerk aan de basis van het ronde volume, beide aan de Rokin zijde. Het beeldhouwwerk toont een afbeelding van Maximiliaan I die in 1489 Amsterdam het recht geeft om de keizerskroon boven het wapen van de stad te voeren.

Jan Kuyt (1884-1944)
Jan Kuyt was een Amsterdamse katholieke architect die zijn opdrachten voornamelijk kreeg van katholieke instellingen en ondernemers. Zo kwam ook de relatie met de eveneens katholieke heren Vroom en Dreesmann tot stand.

Later ontwierp Kuyt ook de filialen in Dordrecht (1931), Maastricht (1932), Haarlem (1933), Utrecht (1934), Amersfoort (1934) en Enschede (1939). Het grootste filiaal was dat in Haarlem, dat uiteindelijk ook zijn meesterwerk zou worden.

Kuyt werd door zijn vele opdrachten voor de winkelketen, vooral beeldbepalend in de ontwikkeling van warenhuizen, maar hij heeft ook vele andere gebouwen ontwerpen. In Amsterdam Zuid bouwde hij woningen in de Stadionbuurt voor de katholieke woningbouwvereniging Dr Schaepman en de Fordfabriek aan de Hemweg in Amsterdam. Één van zijn meest karakteristieke werken is een kerkje in Halfweg, welke men kan zien als men met de trein naar Haarlem reist. Deze Onze-Lieve-Vrouw-Geboortekerk uit 1929, welke overigens door zijn slechte staat met sloop bedreigd wordt, is een bijzonder voorbeeld van kerkbouw in Amsterdamse School stijl.

Voor een (veel) uitgebreidere geschiedenis van het warenhuis kan ik het artikel van Philippe Hondelink, expert op het gebied van de geschiedenis van de V&D, aanraden, welke hij schreef voor het Aprilnummer van het tijdschrift Ons Amsterdam.

Bronnen
- Hondelink, P. (2012) Volkszaakje groeide uit tot warenhuis in Ons Amsterdam
- Hondelink, P. (2011) De Bakermat van V&D, gevonden op Oneindig Noord Holland
- Rossem, V. Van (2009) Francois Marie Joseph Caron (1866-1945) in Binnenstad, gevonden op de site van de VVAB
- Architectuurcentrum Twente (2007) Een warenhuis dat werkt, Over Jan Kuyt, huisarchitect van V&D, Gemeente Enschede
- Wikipedia V&D

Afbeeldingen
- V&D Rokin: Beeldbank Stadsarchief Amsterdam
- Tekening Caron: Beeldbank Stadsarchief Amsterdam
- Tekening Kuyt: Architectuurcentrum Twente


Lees meer...

6 dec 2011

Architect belicht: JF Staal (2)

Vorige week is een start gemaakt met een beknopte biografie over Architect Jan Frederik Staal. De architect, die tegenwoordig aardig onderbelicht blijft, heeft mij altijd weten te boeien, juist vanwege de verscheidenheid van zijn ontwerpen en zijn vermogen om elke keer een visueel sterk ontwerp neer te zetten. Vorige week zijn de vroege werken van Staal aan bod gekomen. Deze week wordt meer aandacht besteed aan zijn latere en waarschijnlijk bekendere ontwerpen. Deel 2 van een tweeluik over deze architect.

In de rubriek Architect belicht wordt op regelmatige basis een spraakmakende architect uitgelicht die veel heeft betekend, soms juist weinig heeft betekend, of gewoon omdat hij/zij in het nieuws voorkomt.

Vorige week is de Amsterdamse School periode van Staal al enigszins besproken. Deze periode is tevens de periode waar Staal in uitblonk. Tijdens het grootste deel van deze periode die voor Staal van ongeveer 1918 tot 1930 duurde was hij tevens redacteur van het tijdschift Wendingen, een toonaangevend en kritisch tijdschrift, ontstaan uit het genootschap van Architectura et Amicitia, waar veel Amsterdamse School architecten voor schreven. Het blad, dat opgericht was door H. Th. Wijdeveld, behandelde naast nieuwe gebouwen een grote verscheidenheid aan verwante onderwerpen, zoals meubilair, kunst, maar ook typografie en uitheemse architectuur.

De Samenwerking
Een karakteristiek voorbeeld uit deze periode van Staal vormt het bouwblok voor De Samenwerking aan de JM Coenenstraat uit 1921-1924. De Samenwerking was een coöperatieve vereniging voor gegoede gemeenteambtenaren. Anders dan bij andere coöperaties, werden architecten hier niet naar ideologie of geloof uitgezocht. Staal behoorde net als zes andere architecten, waaronder Michel de Klerk, Gratama en Van Epen tot een voorselectie, waarna zij schetsen moesten inleveren. In eerste instantie werd Staal niet uitgekozen, maar later mocht hij dit blok toch ontwerpen.

Vooral de hoekpartij aan de Bartholomeus Ruloffsstraat, die de indruk wekt van het samenkomen van lange volumes, vormt een spectaculaire compositie van cillindrische en kubistische vormen. Het is vooral deze hoek die op de foto wordt genomen, maar de zijde aan de Bronckhorststraat laat eveneens een mate van fantasie en oog voor detail zien, dat de meeste andere gebouwen overschaduwd. Het is de zijde aan de JM Coenenstraat, met de stalen traplichten, die het verlangen van Staal illustreert, om met nieuwe materialen te experimenteren. Deze manier van ontwerpen, waarbij afzonderlijke delen van een gebouw een ander uiterlijk krijgen, kan gezien worden als een verlangen om het stedenbouwkundige plaatje ook mee te nemen. Niet alleen levert het een gevarieerd straatbeeld op, het is ook een poging een gesamtkunstwerk te vormen, waarbij de omgeving van het gebouw en het gevoel hierbij wordt meegenomen in de afzonderlijke delen van het gebouw. Deze idealen zijn ook in de blokken van De Dageraad en Het Schip van Michel de Klerk en Piet Kramer aanwezig, hoewel Staal de nadruk meer legt op de compositie van de rondingen, vlakken en volumes, terwijl de blokken van de andere twee zich concentreren op een rijke en gevarieerde detaillering.

Andere gebouwen uit deze periode vormen onder andere het iets subtielere bouwblok aan de Pythagorasstraat, Copernicusstraat en Linnaeusparkweg in Watergraafsmeer (1919-1920), de bebouwing aan de Jan Evertsenstraat bij het Mercatorplein (1925) en het Nederlandse paviljoen van de wereldtentoonstelling in Parijs (1925), waarvoor Staal de Grand Prix voor Architectuur ontving.

Zakelijke periode
Nadat de uitbundige passie van de Amsterdamse School enigszins was getemperd door ontwikkelingen als de crisis, en de stijl zich verder ontwikkeld tot een soberdere variant, is Staal weer een van de voorlopers en hij weet de nieuwe technologische ontwikkelingen die elders plaats vinden in meer of mindere vorm samen te voegen met Amsterdamse School invloeden en tot nieuwe gebouw types te ontwikkelen. Om kosten te sparen, vindt er een verschuiving in de architectuur plaats die zich kenmerkt door het gebruik van meer kubistische, strakkere vormen en het veelvuldig achterwege laten van spectaculaire en kostbare details.

Het Telegraafgebouw (1925-1930) is een mooi voorbeeld van een tussenvorm, aangezien het ook nog steeds trekken heeft van de Amsterdamse School. Dit is vooral te zien in de toren van meer dan 47m hoog, welke was versierd met keramiek, beeldhouwwerk van Hildo Krop en in de kleine raampjes, zaten letters, “Telegraaf”, die ’s nachts oplichtten. Het beeldhouwwerk stelde vier krantenjongen voor die naar alle windrichtingen riepen. In 2004 zijn replica’s hiervan herplaatst. De sobere, licht gevel, waarachter de kantoren en op de begane grond de persen. Deze waren zo zwaar dat de fundering uitzonderlijk robuust is uitgevoerd. Staal heeft zich voor deze oplossing en vanwege de hoogte van het gebouw laten helpen door de ingenieur G.J. Langhout.

Een tweede voorbeeld uit deze periode is de Wolkenkrabber (1927-1930) aan het Victorieplein in Zuid, of het Daniël Willinkplein, zoals het tot 1945 heette. Het 40 meter hoge gebouw vormt de afsluiting van de Vrijheidslaan, de entree van Plan Zuid. Voor het 12-verdiepingenhuis, zoals het gebouw officieel heet is duidelijk dat Staal zich verwijderde van de sierlijke Amsterdamse School en experimenteerde met nieuwe technologieen en materialen, zoals gewapend beton, staal en glas. Het vormde het eerste gebouw van deze hoogte in Nederland en was voor die tijd ongekend modern. Naast de wolkenkrabber ontwierp Staal ook het achterliggende en bijbehorende complex met woningen aan het Merwedeplein/Churchilllaan/Rooseveltlaan.

Een ander voorbeeld uit deze periode vormt het blok aan de Jan Evertsenstraat (1925) en de bloemenveiling in Aalsmeer (1928).

De invloed van de Nieuwe Zakelijkheid is langzaam maar zeker ook in de ontwerpen van Staal te merken. Enigszins tegelijkertijd met de bovengenoemde gebouwen ontwerp Staal in Rotterdam, de Koopmansbeurs. Hoewel dit gebouw pas in 1940 gereed kwam, kreeg Staal de opdracht al in 1925 na een gewonnen prijsvraag. Staal experimenteert met nieuwe materialen en het gebouw lijkt ondanks zijn leeftijd, in het moderne Rotterdam niet te misstaan.
Rond dezelfde tijd bouwt Staal nog een woningblok aan de Apollolaan/ Beethovenstraat/ Corellistraat (1938), dat zich kenmerkt door de donkere erkers met de ronde kozijnen en dat hij hier, in tegenstelling tot de rest van Amsterdam Zuid geen gesloten bouwblok heeft neergezet, maar een gebouw dat meer weg heeft van strokenbouw, met een lager gedeelte aan de zuidkant om de woningen van meer lichtinval te voorzien.

Staal is in 1927 met een beeldhouwwerk van zijn beeltenis op de hoek van de Minervalaan en de Gerrit van der Veenstraat vereeuwigd. Dit werk is onderdeel van het rijke beeldhouwprogramma op de vier gebouwen op deze kruising. De architect van deze gebouwen, G.J. Rutgers liet, op eigen kosten, door Toon Rädecker de voltallige schoonheidscommissie van Amsterdam Zuid uithakken temidden van verbeeldingen van de kunsten, ambachten, mythologische figuren en de seizoenen, waar ook Jaap Kaas aan meewerkte. In 1940 is Staal op 61-jarige leeftijd overleden aan de gevolgen van een maagoperatie.

Bronnen:
- Casciato, M. (1991). The Amsterdam School. Rotterdam, Uitgeverij 010.
- Stissi, V. (2007). Amsterdam, het mekka van de volkshuisvesting, Sociale woningbouw 1909-1942. Rotterdam, Uitgeverij 010.
- Burkom, F. Van, et al. (2009). Kunst aan de straat, Amsterdam, Uitgeverij Bas Lubberhuizen
- Geïllustreerd Weekblad van 26 oktober 1928, gevonden op: buitenbeeldinbeeld.nl

- Een artikel over de wolkenkrabber op zuidelijkewandelweg.nl
- Een artikel over het Telegraafgebouw op de site van het grachtenhuis


Lees meer...